|
of keer terug naar de smallebandIndex
|
TEKST |
or return to the smallbandindex |
INTRODUKTIE
Waarom ik ben begonnen met schrijven, waarom ik schreef, waarom ik heb geschreven.
Denken voelen weten
Waarom woorden, letters, zin maken?
Definiëren, comuniceren, overbrengen
Waarom we leven?
De onmogelijke vraag.
Inderdaad, onoplosbaar.
We hebben toch een antwoord.
Hoe?
Je zou het antwoord waarschijnlijk wel weten, indien ik je zei dat binnen het jaar de mens verdwijnt, jij verdwijnt.
Vanuit die situatie, zou je naar je of onze hele geschiedenis kijken en je zou er wel een conclusie aan kunnen vasthangen, die je bevalt.
Maar verdwijnt de mens?
Verdwijn jij?
De keuze, lijkt me , ligt bij jou.
Simpel toch.
Genius.
IK, wees een genie als een ander, niet vals
maar droef
en ambetanter.
Lees me,
proef me voor,
bekijk me.
Doorzichtig en
Lichtklaar, gestuwd
maar
mijn mond
mijn lijk
spuwt.
STRONT EN GEZEIK.
IK.
Ideologie van een idioot.
Ik hoop te lopen In de voetstappen van de groten.
Hi!
Do you know the word high, do you know the meaning
do you understand the feeling? If not, I’ll teach you.
~~Surf on a high tide mood~~
~A dream~
without
selfcompassion
-(so near)-
Arise trom burning ashes
brought up with a
gray,
morning
~~flood~~
Cynic and sensation,
controlled,
in a little
light.
It rises your hope,
for
more,
caring
It Is ...
~~do you want? ~~
Scared and shy
to leave the dark,
ashamed
screaming for the light.
Shall I ever
see
soul or shadow
shall I
seal
above or beneath
~~A Sky ~~
of
something
more.
~~~~~~~~~~GES M OOR D ~~~~~~~~~~
No resistance,
rest no rumours,
LET I STAY AND FACE THE TORCH !
left
or
leaving
I am a caring
- creature –
wlth a sword between my lips and no grip on my desire.
~~LEE F ~~
"founded left”
Hoe ik van hen hou.
Snel slapen.
Om mijn meisjes te monden.
Met mijn lippen luister ik stil
naar hun
kreetjes
en hun
scheetjes.
Hoe Ik van hen hou.
Hoe Ik van hen hou.
Tof liegen.
Om hen zachtjes te wangen.
Mijn lijf tegen
hun dij
hun lach.
Hoe Ik van hen hou.
Hoe Ik van hen hou.
En hoe
Ik hen vergeet.
zij
(zij)
Heelt de aarde, slaapt vast
Onder zware last, uitgespeelt
Nageaapt in woord
Droom vermoord met beeld
Eerst vastgeklonken met malse klanken
Reël beheerst en gedwongen
Door dan vals te zingen?
Man op één maan
Ach, staan op rug of gevallen in een kluwen
Achter schaduw verstaan? Of
Liever geen smalle brug?
Passé cliché
Ik pik
JIJ geil
Niet en zomaar een griet
100X
Als zacht en lief en zorgzaam.
Als zacht en lief en zorgzaam.
A Losers Fantasy
IK,
ben de sterrezaaier
die je noemt, en bepaalt
die jij niet kan paaien
die je stemt,
en bespeelt als een mug.
IK
bezorg je roem en laat je stralen
In mijn hand';
IK,
ben de spelbepaler
die je zoent, en verhaalt
die je tart, en verkracht
die je afremt,
en keelt als een zeug.
Ik
zet je in en kleed je uit
In m’n hand.
Praat woord keel, stank hem dope lied
oog spreek roep kus smacht leer bel
open trouw blijf kans.
Ik,
was de sterrezaaier
die het spel bepaalde
IK,
ben de gebochelde knecht
die het diepe
zwart
toelacht.
Weer eenrichtingsverkeer
Als je nu eens een citroen was
dan kon ik je uitknijpen
en een zure zoen grijpen.
Als je nu eens op een peer leek
dan kon ik eens iets anders zijn
iets, minder klein.
Maar ik ben al
Lach
als een kind
als jij me wenst
tijdens
het bellen te vertellen over de dellen
in je hersencellen die je zou willen vellen
na rellen met felle emoties en
hoe,
je
steeds
verliest.
En als je woorden me zachtjes verder vermoorden,
gluur ik in de microfoon van de hoorn
en
geloof
in je
puurheid.
En, ach. Was je maar een citroen.
En, ach. Was je maar een peer,
dan moest ik je niet meer.
Terwijl
Terwijl we zeiden dat
de tijd bij einde was,
toen een zoen meer had
Ik van haar hield,
om lief te gaan
dan wat me had bezield
door te zwijgen en te kijken
naar eigen soort en ander ras,
om lijf en kemnis te verrijken,
naar een vaal gelaat van haat
en zonder stil te staan.
Was en is 't te laat.
LAF
“De dag mag niet weg," zegt mens" want het
zwart zegt niets te zijn."
Maar als zwart niets is, kàn de dag niet weg.
Toch raakt het licht meer en meer op.
Dus mag of niet, de dag wordt meer en meer,
klein
En nu is dit kus van mens naar vlucht slecht?
En nu smaakt het beeld naar stop?
Maar de stop is het niets en niets mag hier niet zijn.
"Wie stopt is laf," zegt mens,"want weg van de dag is
slecht.”
"Stop wie laf is weg, maar stop hem niet ten top."
"Waarom ?"
"Omdat “
Wie zo mooi ten top is, die weet en is niet klein.
Die zucht en weet meer en meer over weg
Weet
die nooit weg mag zijn en dag wil zien is laf,
dag is laf
mens is laf
de lach is laf
die leeft, die niet mag, kan, durft
naar dood
is laf
Ik
ben niets in de dag,
Ik
vlucht in lach en kan en mag niet,
maar toch weet en vraag niet mens te zijn
maar toch weet en vraag
stop.
Een licht
Een licht
dat
nooit
meer
schijnt
omdat de pijn te mooi lijkt.
De onverschilligheid,
gevlogen als een geschenk,
Deze kil belogen wereld zal ik niet herdenken.
Dat wat brengt een volgende dag morgen?
Dat wat zal de bol op z'n sokkel houden?
Een traan?
Alléén een traan?
alleen
misschien
tranen,
die we nooit zien en
die ons niet drijvend houden of
wouden van woorden,
die ik niet zal schrijven.
Ach,
Spijt heeft geen zin
Breng me lijnen van genot en botte strepen van scherpe scharen
die m’n min
uiteensplijten
tot een lach.
Ten einde
gelegen lang zij
bij gezang hellevegen
Plat fa rug
terug laf bloedspat.
Zoemend lichten buik
ruik dicht ver bloemend
Pijn droom haar
maar moord dood zijn.
Dood zijn.
Leven maar doch
toch raar kleven
Aan zijden smaad
draad lijden gedaan.
Gedaan.
Spijt dood liefde
griefde door kwijt
Weg dag open
hopen mag nooit.
Nooit.
Dood mag nooit, maar moord door liefde
bij laf,spijt, smaad, bloedspat, droom, raar
Hopen mag nooit.
Doodgeacht
De doden
De doodgeachten
Waarheen? Kom je terug?
Ben je weg? Ben je alleen?
Wat mogen we nog verwachten?
Het is niet, tegen beter weten in.
Het draagt als een keten.
Het smaakt als onzin.
Het is niet.
Maar ik geloof van wel, ik dool erdoor
en voorspel ook eens, niet te zijn
Ik, als dode
Ik, als doodgeachte
Ik, ik kom ook terug, bij jou.
Ik, ik kom, samen dan, terug bij jou.
M’n lief, als ik ooit dood ben, zit ik op je bed.
M’n lief, als ik ooit dood ben, kom ik op je letten.
en ik zal altijd lachen
en je troosten als je huilt
en nooit klagen of je pruilen
Ik zal naast je zitten en je haren strelen
met een zucht
Ik geef je een kus.
Ik zal niet vitten als je hele oranje kleren
hebt gekocht.
Ik geef je wat je maar wil.
En ’s avonds sluit ik m’n ogen
als je je uitkleedt.
en ik fluister tegen je.
En ik neem je zorgen over hen die
tegen je logen weg, tot morgen.
en ik beloof je
dat je niet meer bedrogen zal worden
en ik sluit je oogleden.
En als je slaapt, ga ik naar de zetel en zit
en praat met hen over jou.
En ze maken er me attent op dat
je kou hebt
en ik omklem de deken die over je ligt.
Ik dank hen en ze laten je alleen
met mij.
En de lach op je gezicht is alleen
voor mij.
Plots beweeg je je wimpers op lome wijze en kijkt
naar mij.
Je vraagt om bij je te komen
bij jou.
En het simpelste idee komt in me op
als ik naast je lig te luisteren naar
je stille adem die me hard bewijst
dat jij nog doorleeft.
En het kindelijkste cliché vormt en raast,
niet te zuiver, maar welluidend, in je oor.
Mijn hart dat geen klop meer heeft.
Drietschapsvervriend
Ik zou je willen troosten, zoals vroeger
Ik zou je willen helpen, zoals toen
Ik zou de wonden willen stelpen en proosten
op ònze weegschaal, als we konden.
Ik zou terug mijn hart aan jou willen geven,
zoàls vroeger
en de smart weer kunnen delen,
als toen
Ik zou willen stoppen met leven
als je het me vroeg
Maar jij hebt wel altiojd ergens een zoen te geven,
zoals nu.
Jij kan wel altijd ergens heengaan,
zoals daar.
Maar,
als je straks voor mij kom te staan,
zoals misschien vandaag
vraag me dan niet nog open te maken
want
ik ben er teveel en jij te weinig.
M’n vriend
Je kan spelen, je mag je amuseren.
Je kan leven, je mag je vervelen.
Je mag luien en dansen.
Je mag tranen en zuipen.
Maar sluit je ogen niet voor mij.
Ga niet naar buiten zonder een dag
Zelfs moest je mogen
stap me dan niet voorbij.
Sterven na de zon
Ik zal niet doodgaan
Ik wil blijven doorgaan
Als ronde stopt.
Ik blijf bestaan
niet lach , niet traan
Als donker volgt
Ik zal sterven na de zon.
Traan
Alles mag vergeten,
vergeten tijden, gevlucht
zuchtend om het geloof
Alles wat we weten
waarom we weten, kust
het uur dat doodt
het hart van geluk
Traan me niet alleen.
(vrij naar Ne me quitte pas, J.Brel)
Lach
Ik zal niet meer huilen,
ik zal niet meer praten
ik verschuil me daar
Jij in m’n oog
dansend en stralend.
Jij die ik hoor
zingend in een lach.
Het hoofd van pijn.
Lach me niet alleen.
(vrij naar Ne me quitte pas, J.Brel)
Nooit
Nooit , Nergens
iets speciaals.
Cruciale dingen bestaan niet.
Dan
zullen we liederen zingen
en zijn kinderen kussen.
Maar
Nooit , Nergens
iets speciaals.
Geschiedenis is.
Toen zagen we
en zoenden beklag.
Daar : Op de bron van nergens,
grens van oneindigheid
Wat perfectie?
In de gedachte van logisch
chronisch zien, altijd.
Wat emotie?
Zien : het weten
-(ik denk te weten - weet te denken)
“in eer en geweten”
(buiging)
slotzin-
zonder zin.
Verveling, geweven door tijd.
Mens-zijn.
De dingen veranderen weer
Nu zullen we kijken/begrijpen
en binnen anders wenen.
Zonder tijd , huilen
om niet te kunnen
weten
(ìk denk te weten
Ìk weet te denken)
Bijzonderheid : - slecht
- buiten in niet kunnen
- bestaat slechts in de gedachte
weggelachen door waarheid en recht.
( ik weet daarom verdien ik)
Het is nu
zeker.
Zeker nu niet.
Wirwar onzin verwarring verzinsel
Het is nu
niet.
Niet is nu.
Wirwar onzin verwarring verzinsel
Bijzonderheid : - slecht
-besluiten in niet zullen
-niet-wezen
( ik besta niet daarom besta ik niet)
Het is nu
geen.
Geen, enkel, begrip.
Wirwar onzin verwarring verzinsels
Het is nu
wel.
Wel enkel pijn.
Wirwar onzin verwarring verzinsels.
Over liefde, tijd en geluk.
Het is verkeerd,
Zeef je Grieven niet,
want het zijn zij die zullen,
als het zijn na lang vernietigd is
en even Gruwel en Schaduw
verder leeft,
de liefde,
krijsend, krassend , kinderangst
vergeven,
met het vullen van Tijd en Duur
tot Duur en Tijd
de Vonk, de Vlinder en de Val
barsten laat in kristal
splinterglas
wiens scherp en snee
de drup drup Pijn
in bloed
in hart
in hand
gedwee ontmoet
en het zijn weer hercreëerd.
Vertel me eens
een reden, tot
ademhalen en leven
die niet is geliefd
noch gekust
door gelogen
gewild
geluk
Als en dan want is geluk
slechts scherp en snee
en lach en lief,
dan maant het zien van zon en lucht
slechts aan tot verdergaan naar
Als en dan want is geluk
slechts slapengaan
voor kras en angst,
dan klaagt een lied
gezang te zien
en plot te vormen
verder naar
Vertel me eens
een reden, tot
ademhalen en leven
die niet is geliefd
noch gekust
door niets.
17
Een, twee, drie
Ze poets reeds haar tanden
vier, vijf, zes
Ze rijdt zonder handen
zeven, acht
ze speelt met de pop
negen, tien
eet al haar boterhammetjes op
elf, twaalf, dertien
Die jongen is niet om aan te zien
veertien, vijftien, zestien.
Het huis uit, de tuin door, zijn auto in
Meisjes van zeventien.
Zwijg, stil
Zwijgend ben ik ik
wat op me ligt
gezegd
Evengoed ben ik jij
die me zegt stil te zijn
"Ik heb een kip
en een schaap
De kip kakelt angstaanjagend.
Het schaap blaat ingehouden, stil.
En 's avonds als het kil is
en een blijde schijf aanmanend schijnt,
zouden beiden mooi dood willen zijn."
Aan mijn kip.
Aan mijn schaap.
Hij
Hij is verbaasd, ontredderd,
betraand.
Hij huilt.
Gisteren was alles
nog alles.
Gisteren was ik nog.
Gisteren was nu nog
maar morgen.
Hij had nog kunnen lachen, praten.
Hij deed niets.
Als hij naar mijn kamer gaat,
schrikt hij van de stilte.
Hij schrikt van de vis
en de jas op de haak.
Hij bemerkt het daglicht
en hoort de muizen.
Op mijn bureau ligt mijn dag
uitgestalt.
Op mijn bureau ligt mijn ik.
Hij schrikt bij ik,
verbaasd.
Hij leest.
Als
Ach, lach dan maar,
liefst met een herinnering,
snikken is er nu niet bij.
Irritant,hoogmoedig en raar
koos men voor mij, als omschrijving.
Hij schrikt bij ik,
ontredderd.
Hij leest.
Dus draag nu geen zwart
onder je kleur, en
ontkracht
de miskeuring niet.
Hij schrikt bij ik,
betraand.
Hij huilt.
Bedoel je, dat je traant
en hoopt op de voeling van m'n hand?
Neen, ik loop
alleen.
I.K.
Hij doet niets.
Hij lacht niet
met de grappenmaker op de televisie.
Hoofdstuk 1 : Ik word.
Ik word wakker,
liggend in mijn belegen bed,
kijkend naar de open kast
met wijd gespreide ogen.
Het doosje!
Ik draai me zuchtend om naar het nachtkastje.
En neem het witte doosje in mijn hand.
Langzaam schud ik het heen en weer.
De inhoud kan niet vluchten,
het zit gevangen in mìjn doosje.
Ik ga zitten,
rustend in mijn belegen bed,
kijkend door het gesloten raam,
met dichtgeknepen ogen.
T' is tijd!
Ik zet me angstig krakend recht.
En neem mijn broek en hemd.
Langzaam kleed ik me aan.
Ik moet eens naar buiten,
ik voel me gevangen in dit doosje.
Rollend door rijzige eilanden naast tapdansende engelen.
Vroeger speelde ik in de tuin die ik door het raam zie.
Vallend de ezel laten niet te eten, niet te eten.
Vroeger lachte ik, vaak.
Mijn broek is aan,
mijn gezicht wordt nog "uit" geweerspiegeld.
Hoe krijg ik mijn ogen deftig open?
Als mijn hemd ook aan is,
is mijn hoofd nog steeds een aquarium.
Hoe krijg je opgedroogde tranen weg?
"Het is tijd om op te staan."
"Het is tijd om naar huis te gaan."
"Tanden poetsen!"
"voeten, opheffen!"
Ik loop op naakte onbeschermde voeten door het huis.
De keuken.
Het eten.
" Alles opeten!"
"De restjes niet vergeten!"
Ik loop op onbeschermde voeten door het huis.
De badkamer.
Het wassen.
"Met dromen kan je niets kopen."
Stop.
Ik was me niet.
Zij(Terwijl Hij meeleest)
Zij staat op en lacht.
Zij loopt rond en geniet.
Zij voelt zich goed,
want ze is gelukkig.
Als ik de morgen boven de nacht
verkies;
niet zachtjes huil bij het verlies
van de avondzorgen.
Zij denkt niet aan
later, nu ,vroeger ,nu ,soms ,nu , later ,nu
noch aan nu.
Als ik nuchter naar ouder worden
ga;
niet meer vlucht in een reeks
kouder geworden dagen.
Zij leest wel
de krant, het weekblad en "Der spiegel"
zonder vertalingen,
puur intuïtief.
Elke dag zielgoed rond komen
zonder te janken;
Zij denkt nu aan het artikel over een herderin.
Ja, dat zag zij ook wel zitten,
Da's wat anders dan boterhammen smeren.
Onafhankelijk van een kus die niets doet.
Dan...
Zij poets haar tanden,
hangt de jas goed,
gaat op weg
en slaat de deur toe.
Hoofdstuk 2 : Ik neem.
Ik neem mijn mooie jas van de haak,
strijk de plooien glad
en trek ze aan.
Het is dag.
De vis zingt belletjes
als ik hem nog snel niet voeder.
Hij lijkt eenzaam,
maar is stabiel.
Ik neem mijn zak uit de kast,
steek mijn kussen erin
en hang hem rond mezelf.
Het is dag.
De deur kraakt muizen
als ik naar buiten ga.
Ze schijnen blij,
maar zijn ongelukkig.
Boterhammen, niet tranen, niet tuimelen.
Vroeger ging ik al lopend naar school.
Plagend de eenzamen na apen.
Vroeger speelde ik, vaak.
De tijd drijft me voort,
ik tel hem in boeken
als ik
verder stap
De voorbijgangers schijnen me vaal,
ik sorteer hen in stilstaande groepen,
terwijl ik
verder stap.
Voorzichtig gedrag, goed de eenzaamheid drogen!
Tot toen ik volwassen werd.
Doorzichtig gelag, geen niemand dragen.
Tot toen ik groot werd.
Ik verander terwijl ik verder ga
naar mensen
die naast me leven,
vaak gekrenkt door wat ze deden.
Ik verander terwijl ik verder ga
naar mezelf
in mijn doosje
omdat ik denk.
Interlude : Grappen op 18.
Ik keek eens naar een stand-up comedian.
Hij stond op en begon zijn grap.
"I ve been thinking about death."
Ik keek eens naar een goeroe op de televisie.
Hij vertelde dat hij god's herder was.
"This girl has braved dreaded storms and the
unknown to save your worthless hides!"
Na afloop van beide gedachten,
verscheen een niet-dode.
Hij lachte loom,
tijdens het ontbloten van zijn tanden.
"So, what happened to the joys of life, then?
Not listening to the birds sing, or watching the sun come up?
Can't you kiss a girl and know she loves you anymore?
Of course not.
That's always the problem with you people.
All these aspirations to greatness, to a world of peace and perfect beauty...
You try so hard to deny yourselves, don't you?
Hypocrites.
You're worse than animals.
Your instincts revolve around fear.
You hate, you love,
you cause centuries of agony, and all because
your scared.
Your fear, human, is a palpable thing.
You wear it like a second skin.
I should know i killed the first man on earth."
"I've been thinking about death."
Hoofdstuk 4 Ik praat.
Ik praat de gedachten aaneen
tegen de mensen rondom me.
Ze luisteren vermoeid.
Als een van hen een grap begint
over eeuwige rust en Sint-Pieter,
haak ik af.
Ik smaak de zuchten van de wind opeens.
Regen valt op de mensen rondom me.
Hun beeld wordt uitgeroeid
door de nattigheid van een nieuwe zin
over eeuwige rust
tot ik weer slaap.
Andere zij
Zij
Zij leest nu.
Zij Leest nu wat ze gisteren schreef.
Nu
Ik heb gisteren gehuild,
omdat ik, bang, was.
Niet meer,
bij jou schuilen.
Geen meer,
God verstoten.
Tranen schreden over de kloven
die jij, lang geleden
brak,
in m'n wang.
Wat zag het mooi
Het verstand was dood
En de minuut was de dag
En de dag vol vuur.
Nu;
De drang naar je lach
verzuurt het geween
Ik verdraag de bittere schrik
ten gedachte aan jou
m'n lief, m'n vriend.
Nu
Zachte minaar, eerstgeboren kind.
Nu
het woord omgetoverd wordt,
het gevoel pover herdacht
Nu
het verleden nog niet in het
verleden steekt,
breken takken
niet door de wind.
Stop.
Hoofdstuk 5 Ik droom
Ik droom van teloor gegane liefdes,
van warmtes en tederheid,
een geheel van zachtgetinte bloemetjes,
grote paars-blauwe orchideeen op groene stengels;
samen vormen ze een buitenzinnelijk gezang van engelekoren
het gezicht van eeuwige geliefdes komt naderbij,
en er wordt samen met hen en door hen een nieuwe realiteit ontdekt,
we herscheppen en de fantasie en de werkelijkheid
naar de patronen en koninkrijken die ons bevallen,
wandelend door tuinen van genoegen en inzicht;
wanneer we begrijpen wie we zijn wat we willen;;
het koesteren van de meest fantastische jeugddromen
in een wereld van bewustzijn gecreeeerd door herinneringen,
geproeft en opgeslorpt om nieuwe nostalgie aan te kweken;
het zuigen van de moederborst gemengd met een communiekleed terwijl
je dromerig dingen ontdekt in en buiten de klas:
de eerste altijd voorzichtige stappen op een samenhang met het fenomeen
"ander geslacht"; de kleine ontdekkingen van de verschillende
spelletjes door sporten, hobbies en gedanste levenskronkels;
de grote verdrieten de kleine pijntjes , de steeds op gematigde
vorm van groeien
in mezelf
buiten mezelf
op
onder
gekeerd naar een spiegel,
met achter je vele onbekende stippen die samen met kennis,
doorzicht en geschiedenis een schilderij vormen.
De kamerplant
De kamerplant stond
staat
en zal altijd staan
op de kast.
Het bemerkt niet de plooien in zijn huid,
noch de belletjes aan zijn stengel
die voorbodes zijn van de kamerplantkanker.
Hoofdstuk 6 Ik.
Ik word
wakker,
liggend in mijn belegen bed.
Ik draai me zuchtend om
en neem het witte doosje in mijn hand.
Vervolgens zet ik me angstig, krakend recht.
Hoe krijg ik mijn ogen ooit nog open,
hoe krijg je opgedroogde tranen weg.
Ik neem de mooie,koude kogels
uit het doosje
Ik neem de revolver
uit uit de kast.
Het is dag en ik schijn blij.
De tijd
drijft me voort
en ik verander
omdat ik denk.
Ik praat de gedachten
van mijn droom
in mijn hoofd aaneen.
"Lichtjes" ontgoocheld
door het afscheid
van mooie luchtkastelen.
"Met dromen kan je niets"
Negentien letters die voetstappen oproepen.
Zware laarzen die in het gelid stappen,
lopen, klinken , verdringen, onderdrukken,
schaden, vernietigen, verbranden, verkrachten
en uiteindelijk op de blinkende verschijning zelve
masturberen.
Indoctrinatie van kracht en realisme,
verdringen de ander kleuren op het schilderij.
Ik zucht, kus het witte doosje.
HET IS VAN MIJ, VAN MIJ.
Stop.
Het moment nadert.
De persoon komt naderbij.
Even, is er angst.
Even, toont de vent zich zij.
Maar wetend waarom,
en meer,
waarom niet,
komt de persoon verder naderbij.
Het tuinhek knarst.
De vrouw krijgt vorm.
Altijd, blijft de angst.
Altijd, is het even hij die komt.
Maar door toeval,
en meer,
zonder reden,
krijgt de vrouw altijd meer vorm.
Tot de schakelaar verdwijnt.
Tot de aanval volgt.
En als dan de schedel kraakt
door het ijzeren kind
en de aders tot explosie worden aangemaand;
En als dan de walging van de eenheid volgt
door het vleesgeworden kind
en de ketel tot overgave kolkt;
wordt het hoofd weer stil,
en besluit, geen hoofd meer te zijn.
Hoofdstuk 1 : geboren.
Hij wordt geboren en dadelijk verwarmt
door genegenheid.
Als hij verlegen, om wat hij hoort,
een luid boertje laat,
kijken zij ontroerd toe
"Ooooh
Wat een knap kind.
Ooooh.
Luister, het fluistert al een lied.
Wat een schattig gezicht.
Hoe lief."
Als hij verschrikt en hard begint te roepen
haasten zij zich en troosten hem goed.
"He , kleine man.
Is er iets?
Ben je bang?
Ach, heb geen angst.
Kijk eens, wat een verdriet."
Als hij vervolgens voorzichtig in slaap wordt gesust,
is hij blij.
En voor het eerst in zijn bestaan, droomt hij
over waar hij vandaan komt.
Hoofdstuk 2 : Getogen.
Hij is iets ouder als het water wordt vergoten.
Hij begrijpt de komende drukte niet.
Zij lopen driftig heen en weer.
Zij lijken om de een of andere reden
verschrikkelijk gestresseerd.
En elke keer zij bij hem langskomen
kijken ze hoopvol
op zijn nieuwe mandje neer.
"Schat, dat pakje staat hem allerbest.
Schat, kijk eens hoe lief hij lacht."
De rest van het gebeuren vond hij heel
speciaal.
't Was allemaal zo mooi en perfect.
En als hij dan 's avonds in zijn bedje ligt
is hij blij.
Hoofdstuk 3 : Betoverd.
Hij is iets ouder als hij het meisje ontmoet.
Hij merkt op dat ze wensen kan vervullen
net zoals een toverfee.
Het meisje neemt hem mee, weg van de mensen.
En hij voelt zich zo goed
als haar lippen zich rond zijn lippen sluiten.
"De wereld is van jou
In kleine dingen, in grote dingen.
De wereld is van jou
Elke dag
mag je hebben
elke nacht
zal je vergezellen."
Hij is verrukt.
Hij denkt te weten, weet te houden ,
houdt te geven, geeft aan haar
dé kus.
Hij wordt groter.
Hij denkt te voelen, voelt de vormen,
vormt de delen, deelt met haar
dé wereld.
"De wereld is van jou"
Hoofdstuk 4 : Belogen
Hij is weer wat ouder,
als hij na de verleiding
valt.
"Hé , kleine , meid , Ach
eenzaam was ze
leerzaam en koel
pas op; een bord met stop.
Met Ik? Ja!
Nee, Utopie."
Hij voelt zich heel wat ouder
als hij pijn voelt.
Hij ziet zich heel wat minder
als het gekraak z'n hoofd beheerst.
"(De vrouwe)
Heelt de aarde, slaapt
Onder zware last uitgespeeld
Nageaapt in woord
Droom vermoord met beeld
Eerst vastgeklonken met malse klanken
Reëel beheerst en gedwongen
Door dan vals te zingen? "
Hij stelt zich de extensie
ten vraag.
En verplaatst de reflexie
naar haar.
"Man op één maan
Ach, staan op de rug of gevallen in een kluw
Achter schaduw verstaan? of
Liever geen smalle loopbrug? "
En wanneer hij alleen is
"Passé cliché
Ik Pik
Jij Geil
Niet en gewoon zomaar een griet.
dringen de gedachten door.
Alleen
denkt hij over de gegeven wereld.
Alleen
vraagt hij zich dingen af.
En terwijl hij droomt van een kus
voelt hij zich
ik.
"Want ik weet
verdriet
Want ik ween
geniepig
Want ik weet
kilte
Want ik ween
stilte."
Alleen,
weet hij niet blij te zijn.
Hoofdstuk 5 : Getrouwd.
Na ouder te worden, zoekt hij naar rust.
Als hij zij ontmoet,
vindt hij
wat hij dacht te zoeken.
In stabiliteit, rust hij
en breidt hem uit.
Hij voelt zich gesterkt
en klaagt niet.
"De wind waait zonder denken,
De wind aait zachtjes m'n huid."
Een enkele vraag wordt afgewimpeld
door de nieuwe dag, die hij zelf
geschilderd heeft.
“De kleuren strelen mijn haar,
ze dansen en zingen.
Hij draagt simpele schoenen,
en eens het mag, loopt hij
verder, zonder.
“De geuren plaatsen m’n zicht
ze dansen en zingen voor mij.”
Het gebouw wordt versterkt
en hij en zij denken samen
naar een nieuw ikje toe.
Zij zijn ontroerd.
hoofdstuk 6 : Herbouwd.
Verbaasd is hij als een doorn
z'n voet binnendringt
en zijn lichaam ineenstort.
Ontredderd blijft hij achter
als hij voelt hoe vier hoofdstukken
werden afgesloten.
Betraand schrikt hij voor een tweede keer.
Huilend hoort hij weer het gekraak.
Hij doet niets en lacht niet.
"Leeg
Heel erg leeg.
geen muziek.
Geen geuren
Geen kleuren
Geen niet.
Veel
Heel veel ik
geproefd
en niet gesmaakt.
Dagen geleefd
maar niet
verstaan.
Heel veel leeg."
Hij staat op zet de schakelaar aan.
Hij gaat naar buiten, in de tuin.
Hij zit.
Hij wacht.
Het moment nadert.
ZIJ
De deur gaat open.
Ergens verkoopt een kerel ijscream.
Het ijs is zijn last, waar hij niet van weg loopt.
De zon schijnt.
De kale jongen met de mooie, rode ballon
lijkt gepast te betalen.
De ballon zwijgt.
Tegelijkertijd haast de dame
met de bontjas zich de boetiek binnen,
ruikt aan talrijke parfums,
koopt de duurste en gaat rap
naar buiten.
Daar botst ze tegen een slordig ogend meisje
en zonder nog een woord,
stapt ze voort.
Ze heeft misschien nog maar een uur
om "iets" te doen.
En, ook nu, ligt ergens een moeder
T.V. te kijken.
En, ook nu, staat er ooit een vader
te strijken.
Ze hebben misschien nog maar een uur
om "iets" te doen.
Een piloot laat
luid zijn tuig warm lopen.
Kalm stapt een kapper
door het vuil in het park.
Ook, zij denken niet aan nu
Ook zij denken niet aan hier
"misschien" hebben ook zij ...
Ineens wordt er overal
gezwegen.
H I
16:00
School is gedaan.
At last
denkt Bart
Dom gezaag; Altijd te kort of te grof. Ben verdomme doodmoe. Vijf dagen in de week les.
Klotemaatschappij. Pff, effe 't stad in, iets drinken. T'is hier snikheet.
En al die mensen... Misschien toch beter naar huis?
"Hey, Bart! Pintje pakken?"
"Cristian! Alles bon?"
"As bon als won ton ton met beautiful B in silofaan papier maar kan zijn."
"Straks won ton ton in de puist op je kop, ja.
And, my dear friend where
guids thee path ?"
"To the lokal pup, shining knight. If your highness likes to compaign me?
"Moge u mij vergeven edele heer , doch denk ik niet dat ik ginds nog verschijnen kan
met zijne Nen-duvel-voor-mij-en-e-pintje-voor-mijn-vriendje. Het daglicht schijne mij klaar in de ogen en vertelle me dat het alcoholgehalte vermengd met de nodige chemicalieen reeds uw innerlijke zijn hebben doen schitteren."
"En waarom niet? 't Weekend leeft en springt bij de gedachte
van de strak geklede godinnen die mij vanavond opwachten..
Wake up, little one. De tijd is rijp om te leven, ondanks zijne jong geschetene nog slechts
oog heeft voor die pracht en praal van zijne jonkvrouwe en meer boven de aarde zweefd als een verliefde vlinder dan met zijne achtergelaten reisgezellen een drank te delen,bied ik, zijn nederige vriend en thans zijn knecht hem het lekkerste ijsje aan.
Wat denk je jonge knaap?
Kijk eens naar het mooie snoepje dat ome christian mee heeft voor JOU.
Kijk goed naar de tekening erop. Het prijskaartje van de kwaliteit
de rode ballon die jouw gedachten meeneemt op zijn reis door de lucht.
H II
16:25
Afriko Wacko en Eolien de drie meest gekke females van deze kant van de aarde.
" Ah ah, broekventje 3-0 voor het fantastische meiden team.
Da 's wat anders dan thuis voor de buis zitten rukken, hé.
Vooruit alvleesklier van mijn boezem, give it another shot."
"Ines, iedere keer als wij scoren, krijgen wij het punt, weet je wel."
"Dat zeggen ze dan. En als ik u vertel dat d chinezen met hun voeten naar boven footbal spelen? Wie wint er dan?"
"Ahah. Leve de chinezen."
"Dames, een toost! Op de chinezen!"
Waar blijven ze het vandaan halen. Ongelooflijk!
"hela meid. Toosten we niet mee vandaag."
"Het spijt me teergeliefde Eola buikdanseres van de mooiste woestijnen zonder toeschouwers, maar ik heb geen dorst."
"Buikdanseres van de .. Aaah. Geweldig. Dames op de buikdanseres!"
"Let s move to the game. Your ball, weenies."
"Wat is er? Nog hoofdpijn?"
"'t Gaat wel. Een beetje moe."
"Ga je vanavond mee naar de fluorenz."
"Ik denk het niet. 'k kruip vandaag vroeg in mijn bed."
"O.K. Kom morgens eens langs anders. Kunnen we eens een wrouwentalk doen."
Morgen?
"Sorry, morgen kan ik niet."
"Zondag?"
Zondag?
"Misschien, ik bel wel.
Ik ga naar huis."
"O.K. tot zondag!"
Wacko, ooit teergeliefde bewaker van mijn geheimen.
Tot zondag.
Wat een hitte. En een drukte. En al die mensen.
Gejaagd lopen ze heen en weer ,achter elkaar om toch maar vooraan te raken.
Vooral niet achteruit kijken. Laat de fotoalbums maar dicht.
Want dichten doen we niet.
"Ah! Kijk uit!"
Mens toch, de parfum die je draagt belet je om je toekomst te zien.
H 3
18:30
Moe.
Eerst naar boven. Hop, zak bij de rest van de boeken.
Terug naar beneden. Moeder kijkt T.V.
Een van de dagen verandert ze nog eens in één van die feuilletons.
"Hallo, mam. Ik ben thuis."
"Het eten staat in de koelkast. Opwarmen op..."
"honderd dertig graden. Ik kweet het. Waar is Joeri?"
"Al weg. Vader komt pas laat thuis."
"Ik moet even bellen."
"Niet te lang blijven kwijlen."
"Nee mam."
Kwijl maar voort op de mooie mensen van je wereld.
"Shit. Wie heeft de draadloze foon gebruikt? De batterijen zijn plat."
Geen antwoord. Uiteraard. In de hall dan maar.
"Hallo meneer. Is Isa Thuis?"
"Dag , Bart. Nee ze is nog niet terug van 't school. Zal ik haar vertellen dat je hebt gebeld."
Shit Nog niet thuis.
"Neen. Kan u haar zeggen dat de papegaai nog niet zwijgt."
"Dat de ..? Tuurlijk."
"Goedenavond."
"Daag"
O.k. compu-tijd dan maar. Let's see. Vengeance among of big world?
Wathever.
"Welcome to ..."
Jaja. Actie!
Zijn kamer is sober versiert.
Het kleine silhouet van een pop hangt schuin.
De lampen schijnen vaal licht.
De houten bureau ligt er vuil bij.
Shit.
WEER DOOD.
IV
19:09
En thuis.
" Driemaal hip hoera voor de mooiste prinses op de planeet."
"Dag, paps."
"En krijgt je lieve vader geen knuffel van zijn liefste dochter."
"Grapjas. Enige dochter.
Ik veronderstel dat één kusje er wel afkan."
"Is de jeugd tegenwoordig al zuinig op zijn kusjes."
Kus
"We eten binnen vijf minuutjes. Eerst je lievelingshemd strijken.
Want zoals altijd wil je dit wel aan doen straks."
"Je ben een engel."
Kus
"Is er nog telefoon geweest?"
"Constant sinds ik thuis ben. Je moeder haar advocaat heeft al twee
keer gebeld. Plus de boekhouder."
"En voor mij?"
"Laat me eens diep nadenken. Was er geen berichtje van een zekere jongeman?"
"Bart? Moet ik terugbellen?"
"Nee. Hij zei iets over papegaaien."
"Hij zwijgt nog altijd?"
"Hmm. Zoiets."
"Ik ga naar mijn kamer. En ik moet straks nog even weg."
"Niet te laat !"
HV
21:00
Negen uur. Ze is er nog niet.
Verdomme, christian altijd met zijn chemische snuisterijtjes.
Kwestie van de koppijn opnieuw weg te spoelen, zou hij zeggen.
Zijn hoofd zal er weer naar zijn maandag.
Maandag.
HVI
21:07
De dame is weer leuk te laat zal hij zeggen.
Was er maar een beetje meer tijd voor de dingen.
Hij is er al.
De donkerte in zijn ogen weerspiegel hem.
De droefheid die hem siert, wordt ijdel gedragen.
Ik heb je lief , donkere prins.
"He vreemdeling."
"He, prinses."
HVII
….
Oostelijke nacht kruipt dichterbij.
De westwaarts gedreven wolken, proberen als elke gedachte het licht nog ze bereiken.
De zon gloeit van trots en schoonheid. Ze roodt en geelt de willekeurige vormen in de lucht.
Diegene die het dichtst zweven, krijgen de felle schoonheden toegedaan, terwijl andere of dezelfde iets later , valer en meer melangolisch worden gekleedt.
Elk moment en elke zucht of gebaar of kus is een uniek gebeuren dat het hele moment omvat.
Als de duisternis langzaam veld wint worden de bewegingen trager en het gefluit van de lucht volgt het ritme waarin de omvang toeneemt in de Tijd.
Als de dag bijna helemaal vrdwenen is rolt een traan zijn zorgvuldig aangevoelde weg en krast littekens in haar lichte huid.
HVIII
…
Och, maar zachtjes zingen de overige lichtjes hun verhaal.
Ze voelen zich gestoort als een oude man, met de jonge knaap (zijn prins) achterop de kiezels onder zijn banden laat kraken. Hij neemt elke trap zorgvuldig en evenwichtig.
"Waarom gaan we niet wat sneller ,"vraagt de knaap."Straks is het helemaal donker."
"Als ik harder zou trappen, risten de steentjes onder de wielen weg en geraken we maar slipperig vooruit."
Als de man gewoon een andere baan had genomen kon hij zich ongestoord verplaatsen hoe hij wou.
Het is niet de nacht die te snel valt ,mijn lief. Het zijn zij die te snel willen gaan.
Ze kijken niet en voelen slechts zelden het genot dat de Tijd geeft als hij voorbij glijdt.
Ze worden opgegeten en afgelikt terwijl mijn tong pareltjes van speeksel achterlaat op de vlakte van je hals. Ze nodigen je uit om binnen te treden in mijn mooie ,kristallen toverbal.
Eens binnen zijn alleen jij en ik en jij en ik elkaars regenboog, avondzon of nachtemaan.
Er is geen plaats voor angst in je bol. De glazen wand kan breken en de scherven zouden ons kunnen openrijten, als ik binnentreedt.
Mijn bloed zou over je wonden sijpelen en zich vermengen met jouw levenssap.
Kijk naar de rookslierten die uit onze monden verdervloeien in de lucht.
Ze dansen samen een nieuw lied over oneindigheid.
Inderdaad. En meer.
Aye, my love, And more.
Laat mij je ik delen
jouw verleden vloeit als mijn heden.
Twee van de kleurrijkste wolken raken elkaar.
Daarwaar ze raken, schijnen lichte flitsen als geheel.
Ze spreken niet en zeggen veel.
Nacht en Tijd dralen rondom hen.
Tot.
HIX
00:05
Dag en tot dan.
Dan als een woord van hoop en weerzien.
Dag en tot dan,
ook aan jou mijn hart.
De nacht zal tranen laten over je afwezigheid.
Dan zal ik blijven en wordt dan nu.
Nee, lieve dichter van jouw tijd.
Ga nu nog verder en verf je verzen nog.
Want als nu dan geworden is,
wordt jij de kleur en ik het schilderij.
Piano.
Don't wake me up.
Gezang.
Waiting for the dawn
Waiting for the night
Waiting for the dawn
Waiting for the light
The day is too low
The day is too bright
Love me love me to the end.
This man pursues u a dagger in the sand
This man pursues u a dagger in the sand
yet he will never get unto holdon
yet he will never get unto holdon
Love me love me to the end
F all dawn by my side
dawn in my arms
F all dawn by my side
dawn in my arms
This night for ever no morning will come
This night for ever no morning will come
Love me love me to the end.
HX
00:19
Gaan in eigen treden en met eigen stappen.
De lafheid van het verleden omgord.
Verder gaan, rondom.
Hij gaat naar huis.
Hij denkt en huilt.
Zij gaat naar huis
Zij denkt en huilt.
Beider tranen raken de grond.
Hij betreedt zichzelf
Hij zegt hallo tegen de dingen.
Zij betreedt zichzelf
Zij zegt hallo tegen de dingen.
Beiden luisteren naar zich, wie zingt.
Beiden schreeuwen in wanhoop hun lied.
Viool.
Melangolisch snijden.
Tot de mooiste pijn.
I'm going up and i'm going down
And under my feet, the water flows by
Lalalalalala
I'm acting like a romantic fool
In the storm and the city
city of dawn
In the city of secret love
I feel so I feel so lost in the city
I feel so I feel so cold inside
I feel so lost i feel so lost
without u
I feel to old
I feel to old
before my time.
And the color is red ,blue and white
Dance in the water
ooh so bright
Lalalalala
Though the city's mystery is back
I feel so I feel so lost in the city
I feel so I feel so cold inside
I feel so lost i feel so lost
without u
I feel to old
I feel to old
before my time.
Lalalalala
Hij kleurt zijn zijn rood.
Gekraak.
Kerkklokken.
A rainy day she 's alone in her room
Drowned by the pale light of the moon.
She's staring at the scarfs on her wrist.
Where do i come from and where will i go?
Is there anything on the other side?
She closes the curtain and turns off the light.
Scheermessen.
Schimmernde Rasierklinken
Flusteren ihr
Verlockende Dinge zu
Sie wispern
Sieh nur,
Wir schön wir funkelen !
Wir ritzen deine Haut
Ohne dass du etwas davon spürst
Wir lieben dich!
Komm mit uns!
And she feels the sound
Of the mighty church-bells
Ignore the deceiving razor-blades
They are slaves of the Evil One
Do u really think
your mission is done in this world?
You're so young
And there are many things you haven't seen yet.
Many expereances
You still have not made!
If u leave us now
You'll never come back
There's no return!
No return!
Hey little girl, do u believe in god?
Do u believe in the material world?
Do u believe in anything at all?
Do u believe in everlasting love?
Do u believe in the stars above?
Do u believe in anything at all?
Und das Wasser färbt sich rot.
HXI
08:30
Adem halend worden ze wakker.
Hij staat op en kleedt zich aan .
Het is negen uur dertig.
Hij maakt zijn zak en gaat naar beneden.
Zijn vader en moeder zitten aan het ontbijt.
Hij geeft haar een kus en zegt door te moeten gaan.
Als zijn vader vraag hoe laat hij thuis zal zijn, bekijkt hij de man.
Hij heeft hem nooit gekend.
Strak in zijn vaders helder blauwe ogen kijkend, zegt hij niet te weten.
Dag
Ook zij zit aan het ontbijt.
Haar vader spreekt zonnig de dag toe.
De zon schijnt daadwerkelijk.
Vader geeft haar een natte zoen en verdwijnt.
Ze kijkt rondom. Ze ziet de keukenrobot en de kras in de muur.
Ze gaat naar boven in haar kamer. Ze neemt de jas van de haak en sluit de deur achter zich.
Dag
HXII
09:54
Aan het vliegveld is veel volk.
Een man loopt te krijsen omdat zijn haartooi in de war geraakt.
Hoe krijgt hij dit ooit in orde?
Hand in hand en hart bij elkaar stappen ze hangar binnen.
"Bart en Isabel?"
Stilte.
"Ja."
"Stap in we vertrekken dadelijk."
Vertrekken.
Vliegen.
"Denk er aan , op een hoogte van duizend meter trek je open.
Als de eerste parachute niet werkt, trek je aan de noodparachute.
Breack a leg."
H 13
…
Nu
De stad , donker
Toch verlicht
De man zit in de kamer.
De tonen van geluiden die voorheen de stilte doorbroken, sterven uit.
Hij kijkt op.
Ik ga dood aan jou.
Er is altijd beter
Ik ben simpel
Ik ben een loper
Hardloper
Ik dans door de dag alvoor jij vermag dat ik slechts een loper ben.
De stad.
We zijn zo mooi daar in dat metrostation,
daar waar ik slechts 1 telefoontje hoef te
doen voor
niets.
Terug in de kamer.
Ja, niets naar ik vermag.
En toch, kijk
Ik lach
Dag na dag
Erdoorheen
Door de dag
Stap ik door de straten
Door het gejoel en gelag.
Ik kijk niet echt rond
Er is toch niemand
Ik ben alleen
Terug in de kamer
Ik ben alleen God
De Wereld, al wat het vermag
Al
Al wat eens geweest is
Al wat eens licht zienen zal
Al wat niet bestanen kan.
Ik ben Al.
Ik ben Alleen
Pesten mag
Als ik dan maar stappen zal,
dan zal maar langer banger staan.
Als het toch bedrogen kooit,
Voor dommer, laffer,
Komen kon,
Pest ik je dood.
Dood
Dood
Dood
En als jouw gezichtje, lichtje
Terug kussen lust
Durf ik
Niet
Ik ben Al
Ik ben Alleen
He ik zie (graag)
Ben blij dat j’er bent.
He, een zoentje
En vrij proeven dus.
Ik ben alleen maar bang
Weet je hoeveel het kosten kan
Weet je leef je denk je
Droogje
Het is niet mooi, m’n liefje
Mooi is het niet.
Er zijn doornen
En bliksems
En onkruid.
Er is verloren
Veel verdwijnen zijn
Vertrouwen , verdriet
Terug in de kamer
En face de vous
He, jij
Hou dit bij
Ik heb er geen meer
Ik wil er geen meer hebben
Geen meer , ik heb er geen meer zin in;
Geen meer
Dit is het ‘Lasste keer’
HOU HET BIJ , T’IS NU VAN JOU
En alsjeblief, vergis dit niet als niets
Wat het niet is.
Het is ik die nooit
bestanen wou.
Nu kus me
En voel de traan
Die vloeit
Omdat ik niet enkel mooi
MOOI
MOOI
Niet enkel
Mooi kan zijn
Het mooi dat komt uit mijn willen(Pijn)
De schoonheid in’t binnenst
Hier bij mij
rilt.
Ik
Rilt teder als een
wespenblad
dat jij in je handen had.
Ik wil niet meer van
je houden dan.
Het is gezegd
In dit.
Gooi dit weg.
Opgelegd door
Wet van me ns
Wens
Wens
Hopen dromen zal
UIT
T’ IS JUIST
De man kerft met z’n
Z’n vlees weg
Het mes ligt opp de grond.
Zonder vlees praat
hij voort.
Ik weet het niet meer
‘t is niet als voorheen
verdwenen
vergaan
Laat
de Haat
maar gaan.
Laat
De Haat
Maar bestaan
De dag is aan jou
De dag voor jou
Onder,boven,tussen
Als,voor,minder,binnen
In wij
Die nog even
blijft.
M’n ras, m’n aard
We hebben mooi, verdonken
Verder gepaard.
Ons bestaan laat staan
maar
waar
en we draven mooi
en we vragen nooit
nooit waar
Het is nooit waar.
Wolvin
De avond valt zachtjes met elke dennenappel die eekhoorn laat glippen.
Een illuster gevoel van dreiging overstemt.
Rya-shan sluipt behoedzaam nabij.
Ze geeft te kennen dat het nu is.
Ze hapt, vol zelfvertrouwen, draait zich om
en slentert vol trots weg.
Volgen.
Zij leidt de beklimming zonder één keer achter zich te kijken.
Aankomen.
Vele vrienden zijn er, samen met andere, meer onbekende muilen.
Sommige groeten.
Andere zijn lui en liggen, rollend in de avondzon, die nu snel weg zal zijn.
Als de vurige bol helemaal wegebt, zoals zo vaak tevoren, wordt het stil.
Iedereen neem zijn plaats in.
Behoedzaam rechtop zitten.
De eerste toon wordt gezet.
De horde huilt.
Een beetje angstig. De oren spitsen.
De meute wordt onrustiger.
Als een siddering in de lucht krijsend wegvloeit met het laatste licht,
betreedt vyaretyr de cirkel.
Het huilen stopt.
Met diep zwarte ogen bekijkt de oude wijze
de kring.
Hij stopt en zijn ogen rusten op hen rondom.
Hij geeft een sierlijk teken.
Hen rondom draaien als één hun hoofd.
Laag gebogen met rechte kop dichter komen.
Geen angst tonen.
vyaretyr kijkt doordringend aan.
Als hij huilt projecteert hij beelden.
Een kleine zuigt gulzig aan de tepels van één van de groten.
Ze klauwt naar de kleine om hem te doen stoppen.
Eerbiedig gaat de kleine in een bolletje liggen.
Zij legt zich neer en waakt.
Nieuw gehuil weerklinkt.
Het is yrtazs.
Hij heeft de cirkel betreden en fluistert hees zijn melodie.
De kleine bibbert bij het zien van mklof, één van de grootste krokodillen van het land.
Zonder verpinken houdt hij zich stil.
Kop rustend op de poten, instinctief het geleerde herinneren.
Hij is klaar om aan te vallen.
Als mklof hem opmerkt, begint die massief te dansen,
terwijl hij nadert.
De kleine spant zijn achterste poten
en ruikt de mogelijkheden.
Het moment dat mklof zijn grote schitterende tanden
gevaarlijk laat naderen, springt de hij behendig weg
en zet zijn aanval in.
Ondanks sterke tegenwerking kan hij toch niet beletten dat mklof hem iets later
tussen zijn grote poten vastgrijpt.
De reuze-krokodil verbreedt zijn grijns, maar laat de triomf in zijn ogen snel varen..
yrtazs is verschenen. Hij bijt hard in mklof 's staart.
mklof deinst achteruit.
Na twee korte, strenge blaffen van yrtazs, verdwijnt hij met de staart tussen de poten.
yrtazs ontfermd zich over de kleine terwijl hij goedkeurend gromt.
Rustig zitten.
Ogen scherp.
yrtazs nadert en buigt zijn grijze hoofd.
Rya-shan komt naast hem te staan.
Zij zingt haar lied ijler en uitgebreider met vele zachte tonen.
Als ze eindigt met drie korte piepen, staat de maan hoog.
yrtazs en rya-shan nemen hun plaats weer in.
knaretyr komt dichterbij en zijn ogen staan wild.
Hij lijkt heel de top van de berg te zijn.
Verscheidene rivieren stromen in de binnenkant van zijn ogen.
Hoogten en laagten sieren zijn vacht.
Hij heft zijn poot.
Snel liggen blik naar de grond richten.
Als hij zijn tanden in de wit-grijze vacht zet
is het doodstil.
Het Verhaal dringt binnen, terwijl enkele bloeddruppels
zich verwijderen.
De mooiste klanken en vriendschappen omhullen de kleine.
Hij ontvangt elke huil en beseft het kleinste toonverschil.
Het Verhaal zingt zichzelf en fluistert over de andere dingen.
Uit het kleinste donker verschijnen twee witte kristallen die elkaar naderen.
Als ze versmelten ontstaat er een enorme groei.
Breder en hoger en dieper.
Tot verschillende vormen en schaduwen.
Uit een van de schaduwen komen grote groenbeboste bergen tevoorschijn.
Ze worden omringt door water en kleine planten die behoedzaam hun
stengel boven de grond uitsteken.
De plantjes werpen door de eerste zon een nieuwe schaduw neer.
De schaduw vervormt tot een silhouet dat zich losmaakt van de aarde.
De grote, zwarte wolf heeft witte ogen waarmee hij rondkijkt.
Als de kleine opkijkt, voelt hij zich anders.
Hij stapt traag achteruit en neemt plaats in de kring.
In zijn ogen heeft hij een witte glans.
NA NU 1
Scene 1 De Droom
Er is leven in de lucht.
De zon schuift tergend traag voorbij.
Duizenden wolkjes in verschillende vormen en allerlei kleuren spelen een spel van licht en kleur.
Ze vormen geestige gedaanten, mysterieuse creaturen en steden van droom.
Te midden van de wolken, hangt een grote, ruime slaapzaal op de eerste verdieping..
De heldere zon verlicht de bleke ramen en de vele bedden en kasten.
De meubels zijn van hout en staan minimaal geordend door elkaar.
Als men door het raam naar buiten kijkt, ziet men beneden aan de overkant van een straat een ietwat oudere man in een blauw hemd staan, een gitaar rond de schouders.
Hij tokkelt op de gitaar.
GELUID : Voetstappen die een trap opstommelen.
De deur zwaait open.
Sven betreedt de ruimte. Hij gaat gekleed in een zwarte, spannende broek en een wit hemd die door het zweet tegen z'n lichaam plakken.; hij heeft een zwarte sporttas op zijn rug en draagt een kleinere plastic zak. Hij zet de rugzak op de grond en kijkt rond, waarbij hij soms halt houdt en het hoofd schuin houdt.
Hij strekt de rug, haalt diep adem en er verschijnt een glimlach op zijn lippen.
Hij knikt even met het hoofd en de schouders mee op een fictieve beat en stapt traag door de ruimte.
Hij is blij en misschien een beetje opgewonden.
Halverwege de zaal stopt hij, terwijl er een zonnestraal de palm van zijn hand verwarmt.
Hierop wrijft hij de vingers eerst tegen elkaar om ze vervolgens te strekken, net alsof hij de warmte en het licht dat zijn hand omringen, door zijn huid wil laten binnendringen.
Buiten begint de oudere man te zingen.
Sven wendt de blik van zijn hand naar de rugzijde van een kast op het einde van de zaal. Hij stapt naar de kast toe die zodanig geplaatst staat, zodat het bed dat erachter staat, niet te zien is.
Hij legt zijn hand op de houten achterkant van de kast; sluit even de ogen.
Sven stapt recht voor zich uitkijkend de kast voorbij.
Op het bed achter de kast zit een jonge vrouw met een jeugdig gezicht. Opgewekt pakt ze haar zak uit.
Ze merkt Sven op, herkent hem en krijgt een brede lach op het gezicht.
ISABEL
He
Scene 2 : MAX's thuis AVOND.
De camera tilt vanop de lucht naar beneden, gericht op een huis met een imens, grote vogelkooi erachter, temidden van bossen. Zoomin/through tot in de kooi.
Wanneer de deur van de kooi opgaat vliegen de vogels wild op.
Ze verdringen zich rond MAX die twee voederbakken in de hand heeft.Alle vogels worden gevoederd op een kein musje na; het zit eenzaam alleen in een hoekje van de kooi. Max neemt een kleiner bakje met voeder, baat tot iets achter het vogeltje waar hij zich even neerzet en het musje aanschouwt.
Hij laat het bakje daar staan, verlaat de vogelkooi.
Hij neemt de rugzak die naast de ingang staat op de rug en gaat op stap.
Scene 3 Gerard rijdt op een heuvelrug AVOND
Een grote, zwarte luxueuse auto rijdt de heuvelrug van een pittoresk dal op.
GERARD, de bestuurder, luistert naar de berichten op zijn antwoordapparaat. Hij gaat gekleed in een modern, zwart maatpak en een stijlvolle zonnebril. Hij draagt een gouden horloge en een dikke, dure zilveren ring.
Terwijl hij rijdt, probeert hij zoveel mogelijk van het landschap te bekijken. Iedere keer even terugblikkende op de weg voor hem.
VOICEMAIL
Welkom op de voicemail. U heeft 1 nieuwe berichten. Ontvangen vandaag om 17 u 14.
Er weerklinkt een klik en daarna de stem van NATALIE , Gerards secretaresse.
NATALIE
Ja,Gerard.Natalie hier. T'is om te zeggen dat die klanten van Regio met een bug zitten in hun nieuwe softwarepakket. Ze bellen al heel de dag het kantoor plat. Laat iets weten, als je wil. Sluut.
VOICEMAIL
U heeft alle nieuwe berichten...
Voor het einde van de zin legt Gerard af en drukt een nieuw nummer in.
De auto bereikt de top van de heuvel. Vanuit de auto is een mooi uitzicht op het lagergelegen dal te zien.
Gerard verlaat de weg en rijdt over het gras naar het uiteinde van top.
Op een vijftiental meter van de rand, stopt hij de auto en stapt uit, terwijl hij in zijn GSM babbelt.
GERARD
Natalie. Gerard. De bug zal niet voor vandaag zijn. Ik ben er niet. (paradiërend op een typische bureaucratische manier)
En ik zal pas morgen terugzijn. Ik spring om een uur of twee wel binnen op kantoor. Groetjes.
Hij verbreekt de verbinding, steekt de telefoon in zijn zak en wandelt richting rand.
Scene 4 Kathy's huis DAG
GELUID : Feestrumour dat verdwijnt als een deur dichtklapt.
Voetstappen sleffen door de WC-ruimte.
De deur van een hokje gaat open
Kathy zet zich op de op de WC-pot en zucht.
Ze steekt de tong uit richting de deur, de ogen gesloten.
Ze blijft in de zelfde positie. In haar hoofd weerklinkt de melodie die de oude man speelde in Kathys droom.
Haar gezicht klaart op en er verschijnt een tevreden gelaatsuitdrukking.
Ze valt achterover.
Scene 5 Op de top van de heuvel AVOND.
Gerard zit op 2-3 meter van de rand. De benen gekruist, de romp rechtop.
Zijn handen rusten zachtjes op de kniën. Hij ademt regelmatig, waarbij zijn buik op en neer gaat. De rest van het lichaam rust onbeweeglijk.
Hij zit met gesloten ogen op de top van de heuvel met voor zich het grote dal dat sterk begroeid is met verschillende soorten bomen. Aan de rand van een rustig stromende rivier , staan een aantal sierlijke knotwilgen, de bladeren droef afhangend naar de aarde toe. De avondzon geeft het ontstaan aan flitsende schitteringen op het wateroppervlak. Een kikker kwaakt vanonder het riet dat als fijne halmen weerstand biedt tegen het stromende water. Boven het water hangen groepjes muggen.
Af en toe verraadt een krakende tak de aanwezigheid van een dier tussen de vele bomen, terwijl een licht briesje de blaadjes doet bewegen.
Het dal leeft.
Gerards gezicht is gesierd met een brede glimlach.
Achter hem komt Max kalm aangewandeld. Hij stopt op korte afstand van Gerard, recht voor zich uit kijkend, uitzicht op het dal.
Gerard opent de ogen, haalt diep adem, ademt terug uit, draait zijn gelaat, met de nog steeds zelfde glimlach, richting Maxt. Blij bekijken ze elkaar een ogenblik.
Gerard staat op. Ze omhelzen elkaar stevig, laten los, kijken elkaar diep in de ogen en zetten zich beiden naast elkaar neer, gericht naar de rand.
Gerard (bedenkend)
Waar?'
Max
Op het einde van de wereld!
Gerard
Zeg!
Max(Toegevend lachend, blij.)
Temidden van de 'gebruikelijke'(accentuerend) geschiftheid.
Gerard
Mmh
Max
Waarom?
Gerard
Zoeken naar...
Puurheid.
Schoonheid.
Max
Droom.
Gerard
Wie?
Max
Hij
Sven schiet wakker uit zijn droom en komt rechtop te zitten.
Sven
He
Gerard
Zij.
Scene 6 WC-ruimte , Kathy's thuis DAG.
Sander , kathys buurjongen probeert Kathy te overhalen om terug te gaan naar het feest dat haar ouders hebben georganiseerd ter gelegenheid van haar verjaardag. Ze weigert resoluut, zegt dat ze van al die mensen die denken haar liefde te kunnen kopen walgt. Haar moeder komt binnen.
MOEDER
Awel? Waar is Kathy.
Sander wijst richting het WC-hokje.
MOEDER
Is't weer zover, ja?
Staat het madam weer nie aan, nee?
Vader en moeder zullen wel voor alles opdraaien, terwijl dat dejongedame maar weer eens doet waar ze zin in heeft...
Kathy komt uit het hokje. Haar ogen glinsteren, ze heeft een mysterieuze glimlach op de lippen.
Kathy
Ha, mama. Ben net klaar. Zullen we maar lekker, gezeliig gaan verderfeesten?
Ze laat een kreetje van plezier en verlaat de ruimte, terwijl moeder en Sander haar verbaasd aan kijken.
Scene 7 Svens appartementje DAG
Sven loopt in zijn slip door de living met een fotoalbum in zijn hand. Hij stapt door een open schuifraam een klein terras op.
Scene 8 EXT Svens terras DAG
Net buiten gekomen blijft hij staan en leunt halvelings tegen de witte, ijzeren leuningr en hij neemt een blaadje uit zijn broekzak, strooit er wat tabac in, plakt het dicht en steekt ze achter zijn oor. Hij rolt een tweede sigaret en steekt ze achter zijn ander oor. Hij opent het album daar waar hij al heel de tijd zijn wijsvinger tussen de bladeren hield. En kijkt naar een foto van Isabel.
Onder de foto staat in pen geschreven ‘My first,last and always »
Hij haalt uit zijn zak een geel papiertje dat opgerold is en bijeen wordt gehouden door een rekkertje.
Sven rolt het rekkertje van het papiertje, steekt het in zijn zak. en legt het papiertje naast de foto.
Er staat opgeschreven : Ben maandag terug in’t land. Zin om me te zien ? At Ritchies ? Je enige . En daaronder : ISA.
Hij neemt de eerst gerolde sigaret en steekt ze op.
Hij neemt drie , felle, korte trekken van zijn sigaret en schiet ze tussen zijn middenvinger en duim weg.
Hij heft het hoofd en kijkt rond naar de wolken alsof hij steeds nieuw dingen ziet. Zijn handen zijn gebald met de palmen naar boven gericht.
Scene 9 INT KATHYs kamer DAG.
Kathy ligt omgekeerd op haar bed. Ze kijkt naar het plafond.
De kamer is een hemel van fantasietjes. Overal hangen postkaartjes met spreuken over de Liefde en het Leven, briefjes met kleine attenties en allerlei beestjes en poppen.
Eén van de kaartjes iseen veld met twee klaprozen in.
Kathy leest de tekst mee.
Kathy
Ik droomde dat we bloemen waren.
Ze zucht en trekt pulkjes haar uit haar staart. Ze frutselt ermee.
Hetzelfde melodietje weerklinkt.
Kathy(dagdromend)
Jij en ik, m'n lief
vrij geluk
alleen maar wolkjes
waarachter w' ons verschuilen voor elkaar.
Ik hoop dat je droomt, waar ik droom,
dan zie ik je.
alleen maar wolkjes.
Vrij geluk (tegelijkertijd zegt Kathy : Kus mij)
Sven & Kathy
Jij en ik
Moeder
Kathy!
Kathy schiet verbaasd recht, blijft stokstijf stil zitten.
Ze krijgt weer een vervreemdende gloed in de ogen, ze tintelt en verlaat de kamer.
Scene 10 Op de top van de heuvel Nacht.
Max en Gerard hebben een vuur gemaakt. Ze warmen worstjes op die ze daarna zwijgzaam tussen een broodje met wat mosterd opeten. Bij de maaltijd drinken ze wijn uit de fles. Na het eten staat Max recht en kijkt even rond.
Max
Misschien hadden we ajuin moeten meebrengen.
Hij kijkt naar de grond en terug op.
Max
voor bij de sauciskes.
Gerard
Misschien had ik wel drugs moeten nemen.
Max fronst zijn voorhoofd.
Gerard
dan zag u misschien als een vree, knap bieke met schitterende ogen.
Voor als dessert.
Ze schieten in de lach.
Max
Flauwerik.
Lichtspottend brengt Gerard zijn handen evenwijdig de lucht in. De vingers gestrekt tegen elkaar.
Ondeugende lichtjes blinken in zijn ogen als hij hierbij een sissend geluid maakt.
Scene 11 Op de top van de heuvel Nacht.
Max en Gerard hebben een vuur gemaakt. Ze warmen worstjes op die ze daarna zwijgzaam tussen een broodje met wat mosterd opeten. Bij de maaltijd drinken ze wijn uit de fles. Na het eten staat Max recht en kijkt even rond.
Max
Misschien hadden we ajuin moeten meebrengen.
Hij kijkt naar de grond en terug op.
Max
voor bij de sauciskes.
Gerard
Misschien had ik wel drugs moeten nemen.
Max fronst zijn voorhoofd.
Gerard
dan zag u misschien als een vree, knap bieke met schitterende ogen.
Voor als dessert.
Ze schieten in de lach.
Max
Flauwerik.
Lichtspottend brengt Gerard zijn handen evenwijdig de lucht in. De vingers gestrekt tegen elkaar.
Ondeugende lichtjes blinken in zijn ogen als hij hierbij een sissend geluid maakt.
Scene 12 Sven loopt door de stad AVOND
Sven loopt door de stad, ontmoet in een bakkerij waar hij niets koopt een iet of wat bizarre neger die hem toefluisterd dat ze wacht. Iets verder vind hij een fles wijn waar de kurk nog op zit. Hij neemt ze mee.
Hij ontmoet een hond die hij volgt.
Scene 13 Kathy's Garage.
Kathy staat in de garage met de ogen dicht. Er staan twee fietsen, een scooter en een hoop rommel.
Op een kast staat er tussen een aantal verfpotten een ouwe platendraaier te spelen. Ze beweegt mee op de klanken en woorden van de melodie.
'And you knew the story.
Your own lifestory.
And didn't you wonder.
Though you try to change
Try to change it all
And didn't you
wonder
How it 'll sound in a song'
Scene 14 Sven komt toe at Ritchies. AVOND
Sven komt toe en gaat naar binnen.
De parking is leeg op Kathys scooter na.
Scene 15 At Ritchies.
Sven komt binnen in de vierkante ruimte van het cafe.
Links van de deur staat de oudere man met een cello rond zijn hals op een laag podium. Hij speelt zijn lied en murmelt de tekst mee.
Rechts van de deur staan een zestal donkerbruine, houten stoelen en tafels. Tegen de achterste muur staat een beige sofa waarin Kathy zit. Op het tafeltje staan twee lege glazen, waar ze verveeld doorkijkt.. Naast de sofa , op enkele meters zit Isabel aan het hoofd van een tafel. Ze kijkt gespannen met wijdgespreidde pupillen voor zich uit.Verder is er niemand.
Sven lacht als hij Isabel ziet, stapt op haar toe en zet zich aan de andere kant van de tafel.
Sven (met een wazige blik in de ogen)
M'n lief! Eindelijk ben je terug
ISA
Sven
Sven
Uren waren nachten, nachten leken eeuwen, van verslagenheid, van wachten, van...
ISA
Zeg, stop eens. Ik ben blij om je te zien ma je moet niet overdrijven. Euh
Hoe is 't met u? Da's een tof hemd , dat je daar aan hebt.
Sven kijkt verdwaasd van Isabel naar zijn hemd.
ISA
En ? Zijde met iemand samen. Is u hartje al eindelijk ingepakt?
Sven kijkt op, lacht vertroubeld en schudt het hoofd.
Sven
He?
ISA(Haastig)
Ik heb ne grote vis aan den haak geslagen, zenne. Paul is dokter en...
Sven
Vis?
ISA
Awel, ja we gaan trouwen , en...
Alles begint te verijlen voor Svens ogen. Hij hoort nog flarden van wat Isabel zegt.
ISA
Ge dacht toch nie...
...Jij en ik...
... Alle, Sven...
...toch maar dromen...
.. wordt eens wakker ...
... wordt wakker , wordt wakker... (na echoënd)
Sven lacht.
Kathy droomt.
Scene 1 De Droom
Er is leven in de lucht.
De zon schuift tergend traag voorbij.
Duizenden wolkjes in verschillende vormen en allerlei kleuren spelen een spel van licht en kleur.
Ze vormen geestige gedaanten, mysterieuse creaturen en steden van droom.
Te midden van de wolken, hangt een grote, ruime slaapzaal op de eerste verdieping..
De heldere zon verlicht de bleke ramen en de vele bedden en kasten.
De meubels zijn van hout en staan minimaal geordend door elkaar.
Als men door het raam naar buiten kijkt, ziet men beneden aan de overkant van een straat een ietwat oudere man in een blauw hemd staan, een gitaar rond de schouders.
Hij tokkelt op de gitaar.
GELUID : Voetstappen die een trap opstommelen.
De deur zwaait open.
Kathybetreedt de ruimte. Ze gaat gekleed in een zwarte, spannende broek en een wit hemd die door het zweet tegen haar lichaam plakken.; ze heeft een zwarte sporttas op haar rug en draagt een kleinere plastic zak. Ze zet de rugzak op de grond en kijkt rond, waarbij zij soms halt houdt en het hoofd schuin houdt.
Zij strekt de rug, haalt diep adem en er verschijnt een glimlach op haar lippen.
Ze knikt even met het hoofd en de schouders mee op een fictieve beat en stapt traag door de ruimte.
Ze is blij en misschien een beetje opgewonden.
Halverwege de zaal stopt ze, terwijl er een zonnestraal de palm van haar hand verwarmt.
Hierop wrijft ze de vingers eerst tegen elkaar om ze vervolgens te strekken, net alsof ze de warmte en het licht dat haar hand omringen, door haar huid wil laten binnendringen.
Buiten begint de oudere man te zingen.
Kathy wendt de blik van haar hand naar de rugzijde van een kast op het einde van de zaal. Ze stapt naar de kast toe die zodanig geplaatst staat, zodat het bed dat erachter staat, niet te zien is.
Ze legt de hand op de houten achterkant van de kast; sluit even de ogen.
Kathy stapt recht voor zich uitkijkend de kast voorbij.
Eens de kast voorbijbeland ze ineen donkereplaats.In het midden zit Isabel op de grond met derug naar haar gekeerd.
Zestapt op haar toe. Isa staat recht ze kussen elkaar.
Scene 12 INT At Ritchies NACHT
Kathy schiet wakker uit haar dagdroom en kijkt recht in Sven ogen.
Kathy
He
Sven
He
De deur klapt dicht. De oudere man en Isabel blijven alleen achter in het café.
Scene 13 Op de heuveltop Nacht
Gerard en MAx zitten nog steeds op dezelfde plaats. Het regent.
Ze glimlachen beiden voluit.
Scene14EXT At Richies, op de parkeerplaats NACHT
Het regent.
Sven en Kathy hebben elkaars handen vast en tollen rond.
Ze zijn zo op elkaar gefocust dat het misschien wel de werels-d is die rondtolt terwijl zij stilstaan.
Iets van hun verwijdert staat de wijnfles en de glazen halfleeg op de grond.
Hun gezichten stralen van geluk, rond tollend.
Gerard en Max tollen mee. Met zijn vieren draaien ze rond.
FLITS
Scene 15 EXT Op de top van de heuvel, TEGEN DE MORGEN.
Max en Gerard zitten met gesloten ogen.
Boven de heuvel aan de andere kant van het dal komen de eerste zonnestralen te voorschijn.
Samen met de lucht klaart hun gezicht op.
Ze zuchten beiden diep.
Max
Een mooi verhaal
Max opent zijn ogen en staat na drie tellen recht.
Hij draait zich om en neemt de zelfde weg terug naar huis.
Als Max uit het zicht verdwenen is, opent Gerard de ogen en kijkt rond.
Hij staat recht stapt naar zijn wagen. Ondertussen vist hij zijn telefoon uit zijn zak, drukt op enkele toetsen en brengt het toestel naar zijn oor.
Hij stapt in en rijdt de heuvel af.
Gerard
He, Natalie, t'is uwen baas. Zeg, ik zal waarschijnlijk binnen een uur of twee al passeren op 't kantoor.
Kunde de papieren van Regio klaarleggen?
Na Nu 2
Scene 1 : EXT, Aan de vogelkooi , AVOND
Op een afgelegen plaats staat een vogelreservaat , een huis met erachter een imens, grote vogelkooi met ervoor een bordje. Op het bord staat 'Natuurreservaat VDS. Natuurvogels.'
HUBERT, een man van 25-30 jaar met een gezonde uitdrukking op het gezicht, staat in de kooi zijn vogels eten te geven.
Hij draagt een bruine broek, een groene jekker en stevige stapschoenen.
Zijn lange haren hangen wild over zijn schouders, zijn wangen blozen. Op zijn hoofd heeft hij een vaal zonnehoedje.
Er staat een klein transistor radiootje te spelen.
De vogels vliegen opgewonden op en neer, wanneer Hubert hun het eten geeft.
Eén van de vogels zit eenzaam in een hoek van de kooi.
Terwijl de anderen geestdriftig door de kooi fladderen, lijkt het eenzame vogeltje weg te kwijnen.
Droef staart het door het gaas van de omheining naar de omringende bomen.
Hubert slaat hem een poosje gade, zet de bakjes met eten ,op één na, op een voederbank en wandelt traag naar het vogeltje toe. Hij zet dat ene bakje op een klein meterje achter het diertje op de grond en blijft weer even staan om het te bekijken.
Hij verlaat de kooi en sluit het deurtje zorgvuldig af.
Hij trekt de sluiting van zijn jas iets hoger, neemt de rugzak die naast de deur staaat op de schouders en gaat op weg.
Scene2 EXT, Op een heuvelrug, AVOND
Een grote, zwarte luxueuse auto rijdt de heuvelrug van een pittoresk dal op.
De radio staat te spelen en wordt een tikkeltje luider gezet.
GERARD, de bestuurder, draagt een modern, zwart maatpak; een stijlvolle zonnebril, een gouden horloge en een dikke, dure zilveren ring.
Terwijl hij rijdt, probeert hij zoveel mogelijk van het landschap te bekijken. Iedere keer even terugblikkend op de weg voor hem.
Zijn mobiele telefoon rinkelt. Hij neemt op via de ingebouwde intercom.
Het is de voicemail.
VOICEMAIL
Welkom op de voicemail. U heeft 1 nieuwe berichten. Ontvangen vandaag om 17 u 14.
Er weerklinkt een klik en daarna de stem van NATALIE , Gerards secretaresse.
NATALIE
Ja, Gerard. Natalie hier. T'is om te zeggen dat die klanten van Regio met een bug zitten in hun nieuw softwarepakket. Ze bellen al heel de dag het kantoor plat. Laat iets weten, als je wil. Sluut.
VOICEMAIL
U heeft alle nieuwe berichten...
Voor het einde van de zin legt Gerard af en drukt een nieuw nummer in.
De auto bereikt de top van de heuvel. Vanuit de auto is een mooi uitzicht op het lagergelegen dal te zien.
Gerard verlaat de weg en rijdt over het gras naar het uiteinde van top.
Op een vijftiental meter van de rand, stopt hij de auto en stapt uit, terwijl hij in zijn GSM praat.
GERARD
Natalie. Gerard. De bug zal niet voor vandaag zijn. Ik ben er niet. (op een typische bureaucratische manier)
En ik zal pas morgen terugzijn. Ik spring om een uur of twee, morgen wel binnen op kantoor. Groetjes.
Hij verbreekt de verbinding, steekt de telefoon in zijn zak en wandelt richting rand.
Scene 3 Pauls begin van de dag
Ergens in een grote stad, op de derde verdieping, in een klein apartement giet PAUL zijn koffie in een kop.
De kop is wit met op de voorkant een tekening : op een blauwe achtergrond hangt een ludieke rode klok met gele wijzers. Er hangen een vijftal kromme lijntjes rond de klok, om aan te geven dat ze trilt. "Hang around" staat erronder geschreven.
Alles in de raamloze keuken staat ordelijk gerangschikt. Op het donkere aanrecht staat een plastieken doosje waarin rekkertjes liggen. Voor elke kleur is er een ander vakje voorzien. Net erboven hangt een kitscherig donkerblauw houdertje waar xelofaanpapier, een huishoudrol, plastieke zakjes en papieren zakdoekjes aanhangen.
Aan de muren hangt behangpapier met verschillende vormen en tinten grijs.
Het tafelblad is wit en steunt op zwarte poten. Naast de tafel staat een aanzetkast. Er hangt een grote foto in van een grasveld. Op één van de planken staat een plastieken drinkbeker in de vorm van de Lionking, een pop in de vorm van Darth Fader en een uitgescheurde foto van Lara Croft.
Er ligt een donkerbordeaux tapijt op de grond. PAUL heeft zijn alledaagse kostuum aan, een tweedelig, grijs pak met fijne zwarte, strepen dat er misschien iets te modern uit ziet voor de lege blik in zijn ogen. Zijn haar ziet eruit alsof het net gebröscht is.
De spieren in zijn gezicht zijn onbeweeglijk, de mondhoeken staan iet wat opgeheven in een strakke glimlach die er al jaren lijkt te zijn. Na elke gedachte knippert hij met zijn ogen.
Na het ontbijt wast hij direkt de kop, het bestek en het bord af , kuist de tafel af met een velletje huishoudpapier dat hij daarna in de rode vuilnisbak gooit.
Hij verlaat het appartement.
De twee benen vast op de grond staat PAUL te wachten op de bus. In zijn ene hand houdt hij zijn zwarte aktentas vast, de andere steekt in de zak van zijn lange overjas. Hij staat stil, beweegt niet.
Als de bus aankomt stapt hij met gelijke tred naar de achterste ingang van de bus . Hij stapt op haalt het kaartje dat hij vasthield in de hand uit zijn zak en steekt het in de stempel machine. Na het afstempelen gaat hij op de voorlaatste bank zitten aan het raam. Hij wendt zijn gezicht alsof hij naar buiten kijkt.
Na de rit stapt hij af elders in de stad. Hij wandelt twee blokken verder waar hij via de lift naar de twintigste verdieping van een groot apartementsgebouw gaat. Hij betreedt de kantoorruimte, een grote zaal waar doormiddel van plastieken tussenschotten allemaal kleine kantoortjes bestaan.De vele individuele gesprekken zijn slechts hoorbaar als een luid, druk gegons. Terwijl hij naar zijn eigen plaats stapt, wenst hij een aantal mensen op een identieke manier goedemorgen. In één van de vele gangetjes heeft een klerk een stapel papieren laten vallen. De vellen papier liggen over de gehele breedte van de gang verspreidt zodat het onmogelijk is om de andere kant te bereiken zonder erover te lopen. Paul kijkt snel schichtig rond, werpt een blik op zijn polshorloge en knippert heftig met de ogen. Na enkele besluitloze momenten, draait hij zich om en neemt het eerst gangetje naar rechts. Hij slaat hier en daar een andere gang in tot hij aan zijn eigen bureau komt.
Hij zet zich neer aan zijn bureau, kijkt met korte schokken rond zich heen.
Hij zucht en begint te werken.
Scene 4 EXT Op de top van de heuvel AVOND.
Gerard zit op 2-3 meter van de rand. De benen gekruist, de romp rechtop.
Zijn handen rusten zachtjes op de kniën. Hij ademt regelmatig, waarbij zijn buik op en neer gaat. De rest van het lichaam rust onbeweeglijk.
Hij zit met gesloten ogen op de top van de heuvel met voor zich het grote dal dat sterk begroeid is met verschillende soorten bomen. Aan de rand van een rustig stromende rivier , staan een aantal sierlijke knotwilgen, de bladeren droef afhangend naar de aarde toe. De avondzon geeft het ontstaan aan flitsende schitteringen op het wateroppervlak. Een kikker kwaakt vanonder het riet dat als fijne halmen weerstand biedt tegen het stromende water. Boven het water hangen groepjes muggen.
Af en toe verraadt een krakende tak de aanwezigheid van een dier tussen de vele bomen, terwijl een licht briesje de blaadjes doet bewegen.
Het dal leeft.
Gerards gezicht is gesierd met een brede glimlach.
Achter hem komt Hubert kalm aangewandeld. Hij stopt op korte afstand van Gerard, recht voor zich uit kijkend, uitzicht op het dal.
Gerard opent de ogen, haalt diep adem, ademt terug uit, draait zijn gelaat, met de nog steeds zelfde glimlach, richting Hubert. Blij bekijken ze elkaar een ogenblik.
Gerard staat op. Ze omhelzen elkaar stevig, laten los, kijken elkaar diep in de ogen en zetten zich beiden naast elkaar neer, gericht naar de rand.
Gerard (bedenkend)
De plaats?
Hubert (denkt even na, en dan zeker van zijn stuk)
De stad.
Gerard
Onderwerp?
Hubert
Een man
Gerard
Een man. Aan een bureau in een kantoorruimte in de stad.
Voor de beiden mannen opent de ruimte zich. Er verschijnt een tafereel : een bureau zoals dat van Paul.
Er zit een man voor het bureau van wie we enkel de rug zien.
Hubert
Met een bloempot op zijn hoofd.
De man heeft een bloempot op het hoofd.
Beiden lachen.
De bloempot verdwijnt.
Gerard
Met...(geeft een beschrijving van Paul)
Scene 5 Pauls leven 1
In Pauls kantoor
Paul zit nog steeds voor zijn bureau,te werken.
Hubert
Een heel evenwichtig man
Diane , Pauls buur, komt binnen met een dossier in de hand. Ze begint te babbelen terwijl ze hem de map overhandigt.
Diane is een dame van middelbare leeftijd die tijdens het praten fel gesticuleert. Pauls deel van het gesprek bestaat voornamelijk uit korte knikjes van beaming met het hoofd en glimlachen.
Gerard
Een man met weinig problemen.
Hubert
Zo eentje om weinig aan te geven.
Steeds op tijd. Steeds stipt.
Gerard
Die nipt blijft omdat hij geen twijfel kent.
Diane
... je zag er zo ongelukkig uit.
Paul(niet begrijpend)
Ongelukkig? Ik? Ik ben nooit ongelukkig.
De direkte omgeving van zijn apartement.
Het is avond.
Paul tuurt door het raam van zijn apartement naar de straat , waar beneden ROMANIE, Pauls onderbuur, in een gele, regenjak zich door de regen haast.
Hubert
Uiteindelijk besluit hij het meisje dat onder hem woont ...
De hal van het flatgebouw.
Paul staat in zijn brievenbus te morrelen, als Romanie binnenkomt.
Ze ziet rood van de inspanning en struikelt over de bruine mat, waarop 'welkom' staat.
Paul stapt op haar toe.
Gerard
en waarvoor hij al 2 jaar elke dinsdag avond rond 21:19u zijn brievenbus gaat lichten
Hubert
om zo een betere glimp van haar op te vangen als zij terugkomt van de dansles.
Gerard
aan te spreken.
In de auto
Paul en Romanie zitten in een zilveren, grijze auto met op de achteruit 'just married' geschreven.
Ze hebben beiden een brede, statige glimlach op de lippen en kijken recht voor zich uit.
Het geluid van de tinnen blikken die achter de auto hangen, doorbreekt de stilte.
Ze rijden weg.
Hubert
14 dagen later zijn ze getrouwd.
In de woonkamer van hun huis.
Paul en Romanie zitten in de sofa en kijken TV in een even ordelijk huis als Pauls vroegere apartement.
Er staat een wiegje met een witte sluier naast de zetel. Het wit contrasteerd ssterk met de sobere donkerte van de kamer.
Gerard
en 2 jaar daarna krijgen ze een dochtertje : Elizabeth.
In de eetkamer van hun huis
Paul zit aan tafel samen met de 5 jarige Lizzy. Achter Paul staat een kerstboom met rode slierten en ballen in. Onder de boom staat een stalletje. De tafel is net gedekt, alleen Lizzy beweegt.
Wanneer ze op punt staat het zoutvat van de tfael te stoten, verplaatst Paul en zet het neer buiten haar bereik.
Romanie komt binnen met kalkoen.
Hubert
En elk jaar met Kerstmis eten ze kalkoen.
Scene 6 Op de top van de heuvel Nacht.
Hubert en Gerard hebben een vuur gemaakt. Ze warmen worstjes op die ze daarna zwijgzaam tussen een broodje met wat mosterd opeten. Bij de maaltijd drinken ze wijn uit de fles. Na het eten staat Hubert recht en kijkt even rond.
Hubert
Misschien hadden we ajuin moeten meebrengen.
Hij kijkt naar de grond en terug op.
Hubert
voor bij de sauciskes.
Gerard
Misschien had ik wel drugs moeten nemen.
Hubert fronst zijn voorhoofd.
Gerard
dan zag u misschien als een vree, knap bieke met schitterende ogen.
Voor als dessert.
Ze schieten in de lach.
Hubert
Flauwerik.
Lichtspottend brengt Gerard zijn handen evenwijdig de lucht in. De vingers gestrekt tegen elkaar.
Ondeugende lichtjes blinken in zijn ogen als hij hierbij een sissend geluid maakt.
Scene 7 Huberts leven 2
In de badkamer, 10 jaar later.
Paul zit rechtop in bad , het kraantje loopt.
Systematisch wrijft hij zich met een washandje schoon.
De deur slaat open. Lizzy stormd binnen.
Ze heeft een neuspiercing, draagt een felle rode band in het haar, een oranje broek met daarop een blauw hemdje.
Ze heeft tranen in de ogen en gedraagt zich hysterisch.
Elizabeth
T'is allemaal ni zo simpel, ze en ik heb schijt aan uw bekrompen gedoe.
Allemaal vakskes,ja. Ge zou wel willen.
En ik ben nie zot
Hubert
Als Lizzy 16 is, verlaat ze het huis
Ze stormt weer naar buiten, de deur hard achter zich dichtslaand.
De slaapkamer
Paul ligt in bed. Naast hem staat een dienblad met thee en beschuiten.
De gordijnen zijn dicht en er brandt geen in de kamer.
Gerard
Paul blijft de week erna heel de tijd in bed.
De bushalte
Paul stapt op de zelfde manier als altijd op en gaat op de voorlaatste bank zitten.
Hubert
De maandag daarop gaat hij terug naar het werk en verder met zijn leven.
Aan het kanaal
Paul zit ineengedoken ineen met een brief in de hand aan de rand van het kanaal.
Hij staart.
Af en toe vaart er een boot langs.
Hij rilt.
Gerard
Vijf jaar daarna verlaat Romanie hem voor een exentrieke schilder uit Parijs.
Ze neemt al hun gemeenschappelijk geld mee, laat nog een briefje achter en verdwijnt met de noorderzon.
Hubert
Hij blijft drie dagen langs de kant van het water zitten.
Momenten van heftig knipperen met de oogleden afgewisselt met een diepe lege blik.
Gerard
Alleen maar ik.
Na drie dagen beginnen zijn ogen weer te stralen, feller dan voorheen..
Paul staat op en stapt verder.
Pauls apartement, de hal
Paul licht de bus. Het deurtje van de bus staat open. Hij heeft brieven in zijn handen.
Hij knippert met de ogen. Draait zijn hoofd naar de ingang van de hal, knippert tweemaal achter elkaar, draait het hoofd weer naar de bus en glimlacht.
Hubert
Hij neemt terug intrek in zijn vorig flatje
En gaat de maandag daaropweer naar zijn weer, naar mooie gewoonte.
De keuken
Paul staat in de keuken.
De tas op de tafel valt naar beneden, stuk op de grond.
Paul verstijfd, lacht volmondig.
En met een ruk rent hij naar de deur, trekt ze op en holt de trap af, door de hal, tot op de straat.
Gerard
Vrijdags avonds staat hij in de keuken.
Zijn kop valt.
Hubert
Hij rent naar beneden,
Gerard
bezeten door een overweldigend gevoel van
Hubert
puurheid
Gerard
Sneller de treden af.
Hubert
zonder er ook maar een over te slaan.
Gerard
hop de straat op.
Een grote vrachtwagen kan niet meer remmen. Hij raakt de man op de straat, die enkele meters verder dood neervalt.
Scene 8 : EXT Op de top van de heuvel, TEGEN DE OCHTEND.
Het schemert.
Hubert en Gerard zitten nog steeds.
Op hetzelfde ogenblik knipperen ze met de ogen.
Ze kijken iet wat verbaasd.
Hubert(op een luchtige toon, maar wel bedenkend)
Dood!?
Gerard (op een even luchtige toon, maar bevestigend)
Dood.
Gerard haalt een zilveren sigarettenhouder en aansteker uit de binnenzak van zijn vest.
Hij steekt een sigaret op.
Hubert neemt nog een slok van de wijn.
Scene 9 : EXT Voor een kerk. NACHT.
Lizzy zit op de trap voor de grote poort van een kerkgebouw. De poort staat open.
Binnen staat een lijkkist. Op een priester die de mis houdt en een diener is de kerk leeg.
Ze huilt.
Een man in een tweedelig, grijs pak met fijne zwarte, strepen stopt naast haar.
Man
He, wat is er?
Lizzy heft vaag haar hand op richting de kerk.
Elizabeth
Da's mijn vader die dood is.
Dood in zijn eigen miniatuurwereldje.
Dood in verandering.
Dood in zijn hele leven.
Man
Heb je zin in een kop koffie.
Lizzy kijkt op, door haar haren die warrig in haar gezicht hangen, heen.
Ze staat op en samen lopen ze weg.
Scene 10 EXT Op de top van de heuvel, TEGEN DE MORGEN.
Hubert en Gerard zitten met gesloten ogen.
Boven de heuvel aan de andere kant van het dal komen de eerste zonnestralen te voorschijn.
Samen met de lucht klaart hun gezicht op.
Ze zuchten beiden diep.
Hubert
Een mooi verhaal
Hubert opent zijn ogen en staat na drie tellen recht.
Hij draait zich om en neemt de zelfde weg terug naar huis.
Als Hubert uit het zicht verdwenen is, opent Gerard de ogen en kijkt rond.
Hij staat recht stapt naar zijn wagen. Ondertussen vist hij zijn telefoon uit zijn zak, drukt op enkele toetsen en brengt het toestel naar zijn oor.
Hij stapt in en rijdt de heuvel af.
Gerard
He, Natalie, t'is uwen baas. Zeg, ik zal waarschijnlijk binnen een uur of twee al passeren op 't kantoor.
Kunde de papieren van Regio klaarleggen?
Scenario luisterspel
2. Als ik jou nou eens zeggen wou
1.Dat je veel vindt dat we te ver uit elkaar leven.
2. En je kil smeken wil
1. om meer te gevn
2.in nacht en dag en omgekeerd
1. voor het delen van een geheel
2. dat lach en traan verdeeld
1. Iin twee uit een
2. één
1.één
2. We moeten verder
1. ja, ik weet het ,maar,, afweten
2.Geen tijd voor meten
en denken
1.We moeten verder naar
2. T'is te kou
1. neen toch niet
2. verder voor
1. een wit een zwart
2. jou
1. Had je ooit gedact
2. in schoonheid en pracht
1. Hoe je niet met eigen lacht.
2. Weet je nog Toen
1. een vroomheid gezoend
2 Hoe we worden moe gevoelt
1. Jammer
2. 6 Maanden
1,Wij zijn kinderen van nu
2,Maar ook van toen
en dan.
1, Pijn hindert de kus
2,Maar toont
1. Het verlangen dat ons dansen doet.
2.Had jij ooit gedacht een kind te zijn
1. Heb ik ooit gehoopt anders te dromen
2. Lach je nu je ouder bent om pijn
1.Waarom zou ik tranen om ik van mij?
2. Het wordt weer laat
1.T'is maar een vraag te laat
2. En
1. Nog juist ik en jij
2. Jij en ik
Alleen.
BLACK
The magician tears through the life
through with tears.
With a hat full of ... golden stars
blinking in his mind.
He's thinking too far, Thinking much too far.
He smiles through a path
BATTERING OUT ! BATTERING OUT !
With a child by the hand
childness in his hand.
Illusion of behind , illusion of behind !
And further, from illusion into
Madness.
And from madness into
Fear.
And when fear leaves, lonelyness rests.
And yet he searches
searching through his hand.
Learning there is no return
to the scarfs on his wrists.
Stuck in the virginity of his dress x2
Pulled back by the mess in his pants,
uncapable to reach,
but slowly knowing what to do.
But MADNESS
And behind FEAR
are engaged in angre.
WAR.
Me and myself we are involved in war.
Het kind dat strak knijpend wegkwijnt,
rot, lost op.
The first feeling ; myself, unaware; there is more.
Het vindt niet meer, de streng lost,
en de adem stopt.
Guns and leather on wild horses
running into The Brain !
En de darmpjes komen boven
besmeurt door een afgerukte tong.
Needles and mirrors, cutting in, Battering out.
driving insain.
Zonder benen, zonder armen
zingt een gekloven romp voort
over verder geloven.
And when the second sun rises En als de tweede zon opkomt
disturbs silence. verstoort de stilte.
The birth of the first son De geboorte van de eerste zoon
and daughter. en dochter.
Summerdream(+)
Laat ons dromen over de zomer van ons bestaan
De warmte uit een droge keel
met water, zacht
Er is geen klagen meer
Er is geen haast
De tong is leeg
Hetzelfde, maar zonder orgaan
en beter en en veel en meer
En smachten om andermans gelach
en rond, gezweef
en beter en veel en meer.
Allen saam der zijn
Zalig zij de genodigden
op de weg der zinnen
zonder lichaam
zonder pijn
Please my dearest, continue.
En wederom, we lopen weer; heen
De stilte stroomt naar boven
men lacht niet, men danst.
De leugen raakt vol
en loopt over
En beter en veel en meer
Het besef, het lichaam
zonder geest belven
En beter en veel en meer.
En wederom verenigd
Zalig zij de krankzinnige
aan de tafel van binnen
zonder lichaam
zonder pijn
Et mon cher, sans mots
Trapjes van ... geluk
die reiken aan mijn zijn
ze zijn
kalm aanwezig nu
als de jongen en het meisje
Ik wandel met mezelf
als een jongen en een meisje
als de letters en de tel
als ik, jij en zij.
Gemor.
Aarzelend lijkt iets mis
Twijfel. Twijfel. Twijfel.
En de jongen en het meisje
blijken kind te kort.
Twijfel. Twijfel. Twijfel.
En de dag wordt korter
als de zon opkomt.
En het leven verdwijnt
àls we sterven.
Wir sind Erben
Und wieder
Und immer
Kalte.
Dansen.
Aah. Lachend oor.
Aah. Zacht gesmoord.
Licht. Blauw gekeken oog.
Licht. Rauw gebleken Smog.
DANSEN? DANSEN.
Aah. Pijn ook in mond.
Aah. Verdwijnt rook longgezond.
Donker. Als in "Het licht gaat uit".
Donker? Als of niet te luid.
DANSEN? DANSEN.
Als ik ooit dood ben
mag niemand me bezoeken.
Alleen
zal ik creperen.
Alleen
zal ik vergaan.
Wanneer de aarde me zal verteren,
Als ik ooitdood ben en
niemand me zal zoeken
mag, alleen jij
alleen jij
op m'n graf staan
Dansen.
ENDED
De bomen razen voorbij
Netels komen en gaan
Ze klitten zich aan mij
Ik zit al voorbij de mazen.
De netels en de zegen
veeg ik van de voet
maar het bloed
het bloed zweeg, niet.
Ik ben een moordenaar
en na verkrachting en klaar
komen
dood ik hen met 1 snee.
IK speel mee in een wereld
en zie alles z/w
Er is alleen rood
alleen dat rood.
Het rode en het fluisteren
in stromen van bloed
houdt me in leven.
Ookal is omkomen of hier
roesten mij om het even.
Ik ben een moordenaar
met een koel drankje
"Hallo" Kijk daar
dat meisje met dat sprankje
hoop
Wat zou zij
doen ?
Stories
Am
And U knew the story,
Am
Your own lifestory
C
yourself,
G G7 G G+re G
Am
though you tried to change
Am
tried to change it all.
C
(And didn't) you
G
wonder,
G7 G G+re G
Alos(geen do), Am, A+re, Am
Alos(geen do), Am, A+re, Am
how it 'll sound in a song.
There s just one 2 know
just one to know 4 U
Déer valt te zijn, maar een
maar een voor jou
C
En als je da
G
zachtjes
G7 G G+re G
langsgaat
Denk dan soms aan mij
Denk dan soms te ver
en weet dan
meer
AM A
AmA
Hoe je verder wandelen zal
val val al
Drowning
Am Dm AM E
When fire struggles with quiteness
Am Dm Am E
some flames of feathers wrestliing me above,
F Dm
above the shoar,
F Am
where I only flood,
G F
drowning drowning drowning down
Am DM Am E
When the metal bullet in my side
Am Dm Am E
wounds my wooden hearted head,
F Dm F Am
they meet each other at the inside of my palm
Am Dm
filled with wet
Am Dm
where it floods
G F
drowning drowning drowning down
Am DM Am E
A shrine of lights heats the wather on,
Am DM Am E
it does not melt,neither does it dissappear
F Dm
sprinkle me up
F Am
sprinkle me down
G C
A little bit deeper,
G C
so very much further
G AC GB FA
I have not questioned myself
G C
A little bit deeper,
G C
so very much further
A D
where echoes stir
A G
we carry my burden
G C
A little bit deeper,
G C
so very much further
G AC GB FA
I have no doubts
G(of C) C (of F)
So it gets much brighter
G (of C) C (of D?)
We all grew smarter
A D
With thou who guides
A G
My sailing
instr : musicbox