of keer terug naar de smallebandIndex

 

 

 

TEKST

or return to the smallbandindex

 

 

 

 

 

 

 

                                     

 

 

  INTRODUKTIE

 

Waarom ik ben begonnen met schrijven, waarom ik schreef, waarom ik heb geschreven.

 

Denken voelen weten

 

Waarom woorden, letters, zin maken?

 

Definiëren, comuniceren, overbrengen

 

Waarom we leven?

 

De onmogelijke vraag.

Inderdaad, onoplosbaar.

 

We hebben toch een antwoord.

Hoe?

Je zou het antwoord waarschijnlijk wel weten, indien ik je zei dat binnen het jaar de mens verdwijnt, jij verdwijnt.

Vanuit die situatie, zou je naar je of onze hele geschiedenis kijken en je zou er wel een conclusie aan kunnen vasthangen, die je bevalt.

Maar verdwijnt de mens?

Verdwijn jij?

De keuze, lijkt me , ligt bij jou.

Simpel toch.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Genius.

 

IK, wees een genie als een ander, niet vals

maar droef

en ambetanter.

 

Lees me,

proef me voor,

bekijk me.

 

Doorzichtig en

Lichtklaar, gestuwd

maar

mijn mond

mijn lijk

spuwt.

STRONT EN GEZEIK.

 

IK.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ideologie van een idioot.

 

Ik hoop te lopen In de voetstappen van de groten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Hi!

 

Do you know the word high, do you know the meaning

do you understand the feeling? If not, I’ll teach you.

 

~~Surf on a high tide mood~~

~A dream~

 without

selfcompassion

-(so near)-

Arise trom burning ashes

brought up with a

gray,

morning

~~flood~~

 

 

Cynic and sensation,

controlled,

in a little

light.

 

It rises your hope,

for

more,

caring

 

It Is ...

 

~~do you want? ~~

 

Scared and shy

to leave the dark,

ashamed

screaming for the light.

 

Shall I ever

see

soul or shadow

shall I

seal

above or beneath

~~A Sky ~~

of

something

more.

 

~~~~~~~~~~GES M OOR D ~~~~~~~~~~

 

 

No resistance,

rest no rumours,

LET I STAY AND FACE THE TORCH !

 

left

or

leaving

I am a caring

- creature –

 

 

wlth a sword between my lips and no grip on my desire.

 

~~LEE F ~~

 

 

"founded left”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe ik van hen hou.

 

Snel slapen.

Om mijn meisjes te monden.

Met mijn lippen luister ik stil

naar hun

kreetjes

en hun

scheetjes.

 

Hoe Ik van hen hou.

Hoe Ik van hen hou.

 

Tof liegen.

Om hen zachtjes te wangen.

Mijn lijf tegen

hun dij

 hun lach.

 

Hoe Ik van hen hou.

Hoe Ik van hen hou.

 

En hoe

 

 

Ik hen vergeet.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

zij

 

 

(zij)

Heelt de aarde, slaapt vast

Onder zware last, uitgespeelt

Nageaapt in woord

Droom vermoord met beeld

Eerst vastgeklonken met malse klanken

Reël beheerst en gedwongen

Door dan vals te zingen?

 

Man op één maan

Ach, staan op rug of gevallen in een kluwen

Achter schaduw verstaan? Of

Liever geen smalle brug?

            

                                                 Passé                      cliché

                      Ik                             pik 

 JIJ                            geil

 Niet                          en zomaar een griet

 

 

 

100X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als zacht en lief en zorgzaam.

 

Als zacht en lief en zorgzaam.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


A Losers Fantasy

 

IK,

ben de sterrezaaier

die je noemt, en bepaalt

die jij  niet kan paaien

die je stemt,

 en bespeelt als een mug.

IK

bezorg je roem en laat je stralen

In mijn hand';

 

IK,

ben de spelbepaler

die je zoent, en verhaalt

die je tart, en verkracht

die je afremt,

en keelt als een zeug.

Ik

zet je in en kleed je uit

In m’n hand.

 

Praat woord keel, stank hem dope lied

oog spreek roep kus smacht leer bel

open trouw blijf kans.

 

Ik,

was de sterrezaaier

die het spel bepaalde

IK,

ben de gebochelde knecht

die het diepe

zwart

toelacht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Weer eenrichtingsverkeer

 

 

Als je nu eens een citroen was

dan kon ik je uitknijpen

en een zure zoen grijpen.

 

Als je nu eens op een peer leek

dan kon ik eens iets anders zijn

iets, minder klein.

 

 

Maar ik ben al

Lach

 als een kind

als jij me wenst

tijdens

het bellen te vertellen over de dellen

in je hersencellen die je zou willen vellen

na rellen met felle emoties en

hoe,

je­

steeds

verliest.

En als je woorden me zachtjes verder vermoorden,

gluur ik in de microfoon van de hoorn

en

geloof

in je

 

puurheid.

 

 

En, ach. Was je maar een citroen.

En, ach. Was je maar een peer,

dan moest ik je niet meer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Terwijl

 

Terwijl we zeiden dat

de tijd bij einde was,

toen een zoen meer had

 

Ik van haar hield,

om lief te gaan

dan wat me had bezield

 

door te zwijgen en te kijken

naar eigen soort en ander ras,

om lijf en kemnis te verrijken,

 

naar een vaal gelaat van haat

en zonder stil te staan.

Was en is 't te laat.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


LAF

 

“De dag mag niet weg," zegt mens" want het

zwart zegt niets te zijn."

Maar als zwart niets is, kàn de dag niet weg.

Toch raakt het licht meer en meer op.

 

Dus mag of niet, de dag wordt meer en meer,

klein

En  nu is dit kus van mens naar vlucht slecht?

En nu smaakt het beeld naar stop?

 

Maar de stop is het niets en niets mag hier niet zijn.

"Wie stopt is laf," zegt mens,"want weg van de dag is

slecht.”

"Stop wie laf is weg, maar stop hem niet ten top."

 

"Waarom ?"

"Omdat “

 

 

Wie zo  mooi ten top is, die weet en is niet klein.

Die zucht en weet meer en meer over weg

 


Weet

die nooit weg mag zijn en dag wil zien is laf,

dag is laf

mens is laf

de lach is laf

die leeft, die niet mag, kan, durft

naar dood

is laf

 

Ik

ben niets in de dag,

Ik

vlucht in lach en kan en mag niet,

 

maar toch weet en vraag niet mens te zijn

 

maar toch weet en vraag

 

stop.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Een licht

 

 

Een licht

dat

nooit

meer

schijnt

omdat de pijn te mooi lijkt.

 

De onverschilligheid,

gevlogen als een geschenk,

Deze kil belogen wereld zal ik niet herdenken.

 

Dat wat brengt een volgende dag morgen?

Dat wat zal de bol op z'n sokkel houden?

 

Een traan?

Alléén een traan?

alleen

misschien

tranen,

die we nooit zien en

die ons niet drijvend houden of

wouden van woorden,

die ik niet zal schrijven.

 

Ach,

Spijt heeft geen zin

Breng me lijnen van genot en botte strepen van scherpe scharen

die m’n min

uiteensplijten

tot een lach.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Ten einde

 

 gelegen lang zij                  

                                                      bij gezang hellevegen

   Plat fa rug            

                                               terug laf bloedspat.

 

  Zoemend lichten buik                     

                                                        ruik dicht ver bloemend

 Pijn droom haar            

                                                       maar moord dood zijn.

 

Dood zijn.

 

 

Leven maar doch           

                                     toch raar kleven

                                                              Aan zijden smaad 

                                              draad lijden gedaan.

 

                                                                                    Gedaan.

 

                                                                Spijt dood liefde   

                                                griefde door kwijt

Weg dag open

                                            hopen mag nooit.

 

                                                                                 Nooit.

 

 

Dood mag nooit, maar moord door liefde

bij laf,spijt, smaad, bloedspat, droom, raar

Hopen mag nooit.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Doodgeacht

 

De doden

De doodgeachten

Waarheen? Kom je terug?

Ben je weg? Ben je alleen?

Wat mogen we nog verwachten?

 

Het is niet, tegen beter weten in.

Het draagt als een keten.

Het smaakt als onzin.

Het is niet.

 

Maar ik geloof van wel, ik dool erdoor

en voorspel ook eens, niet te zijn

Ik, als dode

Ik, als doodgeachte

Ik, ik kom ook terug, bij jou.

Ik, ik kom, samen dan, terug bij jou.

 

M’n lief, als ik ooit dood ben, zit ik op je bed.

      M’n lief, als ik ooit dood ben, kom ik op je letten.

en ik zal altijd lachen

en je troosten als je huilt

en nooit klagen of je pruilen

 

Ik zal naast je zitten en je haren strelen

met een zucht

Ik geef je een kus.

 

Ik zal niet vitten als je hele oranje kleren

hebt gekocht.

Ik geef je wat je maar wil.

 

 

En ’s avonds sluit ik m’n ogen

als je je uitkleedt.

en ik fluister tegen je.

En ik neem je zorgen over hen die

tegen je logen weg, tot morgen.

en ik beloof je

dat je niet meer bedrogen zal worden

en ik sluit je oogleden.

 

En als je slaapt, ga ik naar de zetel en zit

en praat met hen over jou.

En ze maken er me attent op dat

je kou hebt

en ik omklem de deken die over je ligt.

 

 

Ik dank hen en ze laten je alleen

met mij.

En de lach op je gezicht is alleen

voor mij.

Plots beweeg je je wimpers op lome wijze en kijkt

naar mij.

Je vraagt om bij je te komen

bij jou.

 

 

En het simpelste idee komt in me op

als ik naast je lig te luisteren naar

je stille adem die me hard bewijst

dat jij nog doorleeft.

En het kindelijkste cliché vormt en raast,

niet te zuiver, maar welluidend, in je oor.

Mijn hart dat geen klop meer heeft.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Drietschapsvervriend

 

Ik zou je willen troosten, zoals vroeger

Ik zou je willen helpen, zoals toen

Ik zou de wonden willen stelpen en proosten

op ònze weegschaal, als we konden.

 

Ik zou terug mijn hart aan jou willen geven,

zoàls vroeger

en de smart weer kunnen delen,

als toen

Ik zou willen stoppen met        leven

als je het me vroeg

 

Maar jij hebt wel altiojd ergens een zoen te geven,

zoals nu.

Jij kan wel altijd ergens heengaan,

zoals daar.

 

Maar,

als je straks voor mij kom te staan,

zoals misschien vandaag

vraag me dan niet nog open te maken

want

ik ben er teveel en jij te weinig.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

M’n vriend

 

Je kan spelen, je mag je amuseren.

Je kan leven, je mag je vervelen.

Je mag luien en dansen.

Je mag tranen en zuipen.

 

Maar sluit je ogen niet voor mij.

Ga niet naar buiten zonder een dag

Zelfs moest je mogen

stap me dan niet voorbij.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sterven na de zon

 

Ik zal niet doodgaan

Ik wil blijven doorgaan

Als ronde stopt.

 

Ik blijf bestaan

niet lach , niet traan

Als donker volgt

 

Ik zal sterven na de zon.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Traan

 

Alles mag vergeten,

vergeten tijden, gevlucht

zuchtend om het geloof

            

Alles wat we weten

waarom we weten, kust

het uur dat doodt

            

het hart van geluk

 

Traan me niet alleen.

 

(vrij naar Ne me quitte pas, J.Brel)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                    Lach

 

             Ik zal niet meer huilen,

             ik zal niet meer praten

             ik verschuil me daar

            

Jij in m’n oog

dansend en stralend.

Jij die ik hoor

             zingend in een lach.      

 

             Het hoofd van pijn.

 

             Lach me niet alleen.

 

(vrij naar Ne me quitte pas, J.Brel)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nooit

 

 

Nooit , Nergens

iets speciaals.

Cruciale dingen bestaan niet.

 

Dan

zullen we liederen zingen

en zijn kinderen kussen.

 

Maar

 

Nooit , Nergens

iets speciaals.

Geschiedenis is.

 

Toen zagen we

en zoenden beklag.

 

Daar :   Op de bron van nergens,

                           grens van oneindigheid

            Wat perfectie?

            In de gedachte van logisch

            chronisch zien, altijd.

             Wat emotie?

 

Zien :   het weten

-(ik denk te weten - weet te denken)

            “in eer en geweten”

       (buiging)

       slotzin-

       zonder zin.                           

 

 

 

Verveling, geweven door tijd.

Mens-zijn.

De dingen veranderen weer

 

Nu zullen we kijken/begrijpen

en binnen anders wenen.

 

Zonder tijd , huilen

om niet te kunnen

weten

       (ìk denk te weten

        Ìk weet te denken)

 

       Bijzonderheid : - slecht

 - buiten in niet kunnen

 - bestaat slechts in de gedachte

weggelachen door waarheid en recht.

 ( ik weet daarom verdien ik)

      

      

 

 

 

 

 

 

Het is nu

zeker.

Zeker nu niet.

 

Wirwar onzin verwarring verzinsel

 

Het is nu

niet.

Niet is nu.

 

Wirwar onzin verwarring verzinsel

 

Bijzonderheid : - slecht

           -besluiten in niet zullen

           -niet-wezen

            ( ik besta niet daarom besta ik niet)

 

Het is nu

geen.

Geen, enkel, begrip.

 

Wirwar onzin verwarring verzinsels

 

Het is nu

wel.

Wel enkel pijn.

 

Wirwar onzin verwarring verzinsels.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Over liefde, tijd en geluk.

 

Het is verkeerd,

 

Zeef je Grieven niet,

 

want het zijn zij die zullen,

 

als het zijn na lang vernietigd is

en even Gruwel en Schaduw

verder leeft,

 

de liefde,

krijsend, krassend , kinderangst

vergeven,

met het vullen van Tijd en Duur

tot Duur en Tijd

de Vonk, de Vlinder en de Val

barsten laat in kristal

splinterglas

wiens scherp en snee

de drup drup Pijn

             in bloed

             in hart

             in hand

gedwee ontmoet

 

en het zijn weer hercreëerd.

 

 

 

Vertel me eens

een reden, tot

ademhalen en leven

die niet is geliefd

      noch gekust

       door gelogen

               gewild

               geluk

 

Als en dan want is geluk

slechts scherp en snee

en lach en lief,

dan maant het zien van zon en lucht

slechts aan tot verdergaan naar

 

Als en dan want is geluk

slechts slapengaan

voor kras en angst,

dan klaagt een lied

gezang te zien

en plot te vormen

verder naar

 

 

Vertel me eens

een reden, tot

ademhalen en leven

die niet is geliefd

      noch gekust

       door niets.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

17

 

 

Een, twee, drie

Ze poets reeds haar tanden

vier, vijf, zes

Ze rijdt zonder handen

zeven, acht

ze speelt met de pop

negen, tien

eet al haar boterhammetjes op

elf, twaalf, dertien

Die jongen is niet om aan te zien

veertien, vijftien, zestien.

Het huis uit, de tuin door, zijn auto in

 

Meisjes van zeventien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zwijg, stil

 

 

Zwijgend ben ik ik  

wat op me ligt

gezegd

Evengoed ben ik jij

die me zegt stil te zijn

 

 

        

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                       

 

                               "Ik heb een kip

                               en een schaap

                               De kip kakelt angstaanjagend.

                               Het schaap blaat ingehouden, stil.

               

                               En 's avonds als het kil is

                               en een blijde schijf aanmanend schijnt,

                               zouden beiden mooi dood willen zijn."

 

 

 

 

 

                                                       Aan mijn kip.

                                                       Aan mijn schaap.

       

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hij

 

 

Hij is verbaasd, ontredderd,

betraand.

Hij huilt.

 

Gisteren was alles

nog alles.

Gisteren was ik nog.

Gisteren was nu nog

maar morgen.

 

Hij had nog kunnen lachen, praten.

Hij deed niets.

 

 

Als hij naar mijn kamer gaat,

schrikt hij van de stilte.

 

Hij schrikt van de vis

en de jas op de haak.

 

Hij bemerkt het daglicht

en hoort de muizen.

 

Op mijn bureau ligt mijn dag

uitgestalt.

Op mijn bureau ligt mijn ik.

 

Hij schrikt bij ik,

verbaasd.

Hij leest.

 

 

 

 

 

Als

 

Ach, lach dan maar,

liefst met een herinnering,

snikken is er nu niet bij.

 

Irritant,hoogmoedig en raar

koos men voor mij, als omschrijving.

 

 

Hij schrikt bij ik,

ontredderd.

Hij leest.

 

 

Dus draag nu geen zwart

onder je kleur, en

ontkracht

de miskeuring niet.

 

 

Hij schrikt bij ik,

betraand.

Hij huilt.

 

 

Bedoel je, dat je traant

en hoopt op de voeling van m'n hand?

Neen, ik loop

             alleen.

                        I.K.

 

 

 

 

 

 

 

Hij doet niets.

 

 

Hij lacht niet

met de grappenmaker op de televisie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 1 : Ik word.

 

 

 

Ik word wakker,

liggend in mijn belegen bed,

kijkend naar de open kast

met wijd gespreide ogen.

Het doosje!

 

Ik draai me zuchtend om naar het nachtkastje.

En neem het witte doosje in mijn hand.

Langzaam schud ik het heen en weer.

De inhoud kan niet vluchten,

het zit gevangen in mìjn doosje.

 

Ik ga zitten,

rustend in mijn belegen bed,

kijkend door het gesloten raam,

met dichtgeknepen ogen.

T' is tijd!

 

Ik zet me angstig krakend recht.

En neem mijn broek en hemd.

Langzaam kleed ik me aan.

Ik moet eens naar buiten,

ik voel me gevangen in dit doosje.

 

 

Rollend door rijzige eilanden naast tapdansende engelen.

Vroeger speelde ik in de tuin die ik door het raam zie.

Vallend de ezel laten niet te eten, niet te eten.

Vroeger lachte ik, vaak.

 

 

 

 

 

Mijn broek is aan,

mijn gezicht wordt nog "uit" geweerspiegeld.

Hoe krijg ik mijn ogen deftig open?

 

Als mijn hemd ook aan is,

is mijn hoofd nog steeds een aquarium.

Hoe krijg je opgedroogde tranen weg?

 

 

"Het is tijd om op te staan."

"Het is tijd om naar huis te gaan."

"Tanden poetsen!"

"voeten, opheffen!"

 

 

Ik loop op naakte onbeschermde voeten door het huis.

De keuken.

Het eten.

 

 

" Alles opeten!"

"De restjes niet vergeten!"

 

 

Ik loop op onbeschermde voeten door het huis.

De badkamer.

Het wassen.

 

 

"Met dromen kan je niets kopen."

 

 

Stop.

Ik was me niet.

 

 

 

 

 

Zij(Terwijl Hij meeleest)

 

 

Zij staat op en lacht.

Zij loopt rond en geniet.

Zij voelt zich goed,

want ze is gelukkig.

 

 

Als ik de morgen boven de nacht

verkies;

niet zachtjes huil bij het verlies

van de avondzorgen.

 

 

Zij denkt niet aan

later, nu ,vroeger ,nu ,soms ,nu , later ,nu

noch aan nu.

 

 

Als ik nuchter naar ouder worden

ga;

niet meer vlucht in een reeks

kouder geworden dagen.

 

 

Zij leest wel

de krant, het weekblad en "Der spiegel"

zonder vertalingen,

puur intuïtief.

 

 

Elke dag zielgoed rond komen

zonder te janken;

 

 

 

 

Zij denkt nu aan het artikel over een herderin.

Ja, dat zag zij ook wel zitten,

Da's wat anders dan boterhammen smeren.

 

 

Onafhankelijk van een kus die niets doet.

Dan...

 

 

Zij poets haar tanden,

hangt de jas goed,

gaat op weg

en slaat de deur toe.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 2 : Ik neem.

 

 

Ik neem mijn mooie jas van de haak,

strijk de plooien glad

en trek ze aan.

Het is dag.

De vis zingt belletjes

als ik hem nog snel niet voeder.

Hij lijkt eenzaam,

maar is stabiel.

 

Ik neem mijn zak uit de kast,

steek mijn kussen erin

en hang hem rond mezelf.

Het is dag.

De deur kraakt muizen

als ik naar buiten ga.

Ze schijnen blij,

maar zijn ongelukkig.

 

 

Boterhammen, niet tranen, niet tuimelen.

Vroeger ging ik al lopend naar school.

Plagend de eenzamen na apen.

Vroeger speelde ik, vaak.

 

 

De tijd drijft me voort,

ik tel hem in boeken

als ik

verder stap

 

De voorbijgangers schijnen me vaal,

ik sorteer hen in stilstaande groepen,

terwijl ik

verder stap.

 

 

Voorzichtig gedrag, goed de eenzaamheid drogen!

Tot toen ik volwassen werd.

Doorzichtig gelag, geen niemand dragen.

Tot toen ik groot werd.

 

 

Ik verander terwijl ik verder ga

naar mensen

die naast me leven,

vaak gekrenkt door wat ze deden.

 

Ik verander terwijl ik verder ga

naar mezelf

in mijn doosje

omdat ik denk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Interlude : Grappen op 18.

 

Ik keek eens naar een stand-up comedian.

Hij stond op en begon zijn grap.

 

"I ve been thinking about death."

 

 

Ik keek eens naar een goeroe op de televisie.

Hij vertelde dat hij god's herder was.

 

"This girl has braved dreaded storms and the

unknown to save your worthless hides!"

 

 

Na afloop van beide gedachten,

verscheen een niet-dode.

Hij lachte loom,

tijdens het ontbloten van zijn tanden.

 

"So, what happened to the joys of life, then?

Not listening to the birds sing, or watching the sun come up?

Can't you kiss a girl and know she loves you anymore?

Of course not.

That's always the problem with you people.

All these aspirations to greatness, to a world of peace and perfect beauty...

You try so hard to deny yourselves, don't you?

Hypocrites.

You're worse than animals.

Your instincts revolve around fear.

You hate, you love,

you cause centuries of agony, and all because

your scared.

Your fear, human, is a palpable thing.

You wear it like a second skin.

I should know i killed the first man on earth."

 

 

"I've been thinking about death."

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 4 Ik praat.

 

Ik praat de gedachten aaneen

tegen de mensen rondom me.

Ze luisteren vermoeid.

Als een van hen een grap begint

over eeuwige rust en Sint-Pieter,

haak ik af.

 

 

Ik smaak de zuchten van de wind opeens.

Regen valt op de mensen rondom me.

Hun beeld wordt uitgeroeid

door de nattigheid van een nieuwe zin

over eeuwige rust

tot ik weer slaap.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere zij

 

Zij

Zij leest nu.

Zij Leest nu wat ze gisteren schreef.

Nu

 

 

Ik heb gisteren gehuild,

omdat ik, bang, was.

 

Niet meer,

          bij jou schuilen.

Geen meer,

          God verstoten.

 

 

Tranen schreden over de kloven

die jij, lang geleden

brak,

in m'n wang.

 

 

Wat zag het mooi

Het verstand was dood

En de minuut was de dag

En de dag vol vuur.

 

 

Nu;

De drang naar je lach

verzuurt het geween

Ik verdraag de bittere schrik

ten gedachte aan jou

m'n lief, m'n vriend.

 

 

 

Nu

Zachte minaar, eerstgeboren kind.

Nu

het woord omgetoverd wordt,

het gevoel pover herdacht

Nu

het verleden nog niet in het

verleden steekt,

breken takken

niet door de wind.

 

 

Stop.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 5  Ik droom

 

Ik droom van teloor gegane liefdes,

van warmtes en tederheid,

een geheel van zachtgetinte bloemetjes,

grote paars-blauwe orchideeen op groene stengels;

samen vormen ze een buitenzinnelijk gezang van engelekoren

het gezicht van eeuwige geliefdes komt naderbij,

en er wordt samen met hen en door hen een nieuwe realiteit ontdekt,

we herscheppen en de fantasie en de werkelijkheid

naar de patronen en koninkrijken die ons bevallen,

wandelend door tuinen van genoegen en inzicht;

wanneer we begrijpen wie we zijn wat we willen;;

het koesteren van de meest fantastische jeugddromen

in een wereld van bewustzijn gecreeeerd door herinneringen,

geproeft en opgeslorpt om nieuwe nostalgie aan te kweken;

het zuigen van de moederborst gemengd met een communiekleed terwijl

je dromerig dingen ontdekt in en buiten de klas:

de eerste altijd voorzichtige stappen op een samenhang met het fenomeen

"ander geslacht"; de kleine ontdekkingen van de verschillende

spelletjes door sporten, hobbies en gedanste levenskronkels;

de grote verdrieten de kleine pijntjes , de steeds op gematigde

vorm van groeien

in mezelf

buiten mezelf

op

onder

gekeerd naar een spiegel,

met achter je vele onbekende stippen die samen met kennis,

doorzicht en geschiedenis een schilderij vormen.

 

 

 

 

 

 

De kamerplant

 

 

De kamerplant stond

                        staat

                         en zal altijd staan

                         op de kast.

 

Het bemerkt niet de plooien in zijn huid,

noch de belletjes aan zijn stengel

die voorbodes zijn van de kamerplantkanker.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 6 Ik.

 

Ik word

wakker,

liggend in mijn belegen bed.

Ik draai me zuchtend om

en neem het witte doosje in mijn hand.

Vervolgens zet ik me angstig, krakend recht.

 

 

Hoe krijg ik mijn ogen ooit nog open,

hoe krijg je opgedroogde tranen weg.

 

 

Ik neem de mooie,koude kogels

uit het doosje

Ik neem de revolver

uit uit de kast.

Het is dag en ik schijn blij.

 

 

De tijd

drijft me voort

en ik verander

omdat ik denk.

 

 

Ik praat de gedachten

van mijn droom

in mijn hoofd aaneen.

"Lichtjes" ontgoocheld

door het afscheid

van mooie luchtkastelen.

 

 

 

 

"Met dromen kan je niets"

 

 

Negentien letters die voetstappen oproepen.

Zware laarzen die in het gelid stappen,

lopen, klinken , verdringen, onderdrukken,

schaden, vernietigen, verbranden, verkrachten

en uiteindelijk op de blinkende verschijning zelve

masturberen.

Indoctrinatie van kracht en realisme,

verdringen de ander kleuren op het schilderij.

 

Ik zucht, kus het witte doosje.

HET IS VAN MIJ, VAN MIJ.

 

Stop.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het moment nadert.

De persoon komt naderbij.

Even, is er angst.

Even, toont de vent zich zij.

Maar wetend waarom,

en meer,

waarom niet,

komt de persoon verder naderbij.

 

Het tuinhek knarst.

De vrouw krijgt vorm.

Altijd, blijft de angst.

Altijd, is het even hij die komt.

Maar door toeval,

en meer,

zonder reden,

krijgt de vrouw altijd meer vorm.

 

Tot de schakelaar verdwijnt.

Tot de aanval volgt.

 

En als dan de schedel kraakt

door het ijzeren kind

en de aders tot explosie worden aangemaand;

En als dan de walging van de eenheid volgt

door het vleesgeworden kind

en de ketel tot overgave kolkt;

 

wordt het hoofd weer stil,

en besluit, geen hoofd meer te zijn.

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 1 : geboren.

 

Hij wordt geboren en dadelijk verwarmt

door genegenheid.

Als hij verlegen, om wat hij hoort,

een luid boertje laat,

kijken zij ontroerd toe

 

"Ooooh

Wat een knap kind.

Ooooh.

Luister, het fluistert al een lied.

Wat een schattig gezicht.

Hoe lief."

 

Als hij verschrikt en hard begint te roepen

haasten zij zich en troosten hem goed.

 

"He , kleine man.

Is er iets?

Ben je bang?

Ach, heb geen angst.

Kijk eens, wat een verdriet."

 

Als hij vervolgens voorzichtig in slaap wordt gesust,

is hij blij.

En voor het eerst in zijn bestaan, droomt hij

over waar hij vandaan komt.

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 2 : Getogen.

 

Hij is iets ouder als het water wordt vergoten.

Hij begrijpt de komende drukte niet.

Zij lopen driftig heen en weer.

Zij lijken om de een of andere reden

verschrikkelijk gestresseerd.

En elke keer zij bij hem langskomen

kijken ze hoopvol

op zijn nieuwe mandje neer.

 

 

"Schat, dat pakje staat hem allerbest.

Schat, kijk eens hoe lief hij lacht."

 

 

De rest van het gebeuren vond hij heel

speciaal.

't Was allemaal zo mooi en perfect.

En als hij dan 's avonds in zijn bedje ligt

is hij blij.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 3 : Betoverd.

 

Hij is iets ouder als hij het meisje ontmoet.

Hij merkt op dat ze wensen kan vervullen

net zoals een toverfee.

Het meisje neemt hem mee, weg van de mensen.

En hij voelt zich zo goed

als haar lippen zich rond zijn lippen sluiten.

 

 

"De wereld is van jou

In kleine dingen, in grote dingen.

De wereld is van jou

Elke dag

mag je hebben

elke nacht

zal je vergezellen."

 

Hij is verrukt.

Hij denkt te weten, weet te houden ,

houdt te geven, geeft aan haar

dé kus.

 

Hij wordt groter.

Hij denkt te voelen, voelt de vormen,

vormt de delen, deelt met haar

dé wereld.

 

"De wereld is van jou"

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 4 : Belogen

 

Hij is weer wat ouder,

als hij na de verleiding

valt.

 

"Hé ,   kleine ,  meid  ,  Ach

 eenzaam          was          ze

 leerzaam         en        koel

 pas op; een bord met stop.

 

Met Ik? Ja!

Nee, Utopie."

 

Hij voelt zich heel wat ouder

als hij pijn voelt.

Hij ziet zich heel wat minder

als het gekraak z'n hoofd beheerst.

 

 

"(De vrouwe)

Heelt de aarde, slaapt

Onder zware last uitgespeeld

Nageaapt in woord

Droom vermoord met beeld

Eerst vastgeklonken met malse klanken

Reëel beheerst en gedwongen

Door dan vals te zingen? "

 

Hij stelt zich de extensie

ten vraag.

En verplaatst de reflexie

naar haar.

 

 

 

"Man op één maan

Ach, staan op de rug of gevallen in een kluw

Achter schaduw verstaan? of

Liever geen smalle loopbrug? "

 

En wanneer hij alleen is

 

"Passé             cliché

 Ik                   Pik

 Jij                  Geil

 Niet                       en gewoon zomaar een griet.

 

dringen de gedachten door.

Alleen

denkt hij over de gegeven wereld.

Alleen

vraagt hij zich dingen af.

En terwijl hij droomt van een kus

voelt hij zich

ik.

 

"Want ik weet

verdriet

Want ik ween

geniepig

Want ik weet

kilte

Want ik ween

stilte."

 

Alleen,

 weet hij niet blij te zijn.

 

 

 

 

Hoofdstuk 5 : Getrouwd.

 

Na ouder te worden, zoekt hij naar rust.

Als hij zij ontmoet,

vindt hij

wat hij dacht te zoeken.

 

In stabiliteit, rust hij

en breidt hem uit.

Hij voelt zich gesterkt

en klaagt niet.

 

 

"De wind waait zonder denken,

 De wind aait zachtjes m'n huid."

 

Een enkele vraag wordt afgewimpeld

door de nieuwe dag, die hij zelf

geschilderd heeft.

 

 “De kleuren strelen mijn haar,

 ze dansen en zingen.

 

Hij draagt simpele schoenen,

en eens het mag, loopt hij

verder, zonder.

 

“De geuren plaatsen m’n zicht

ze dansen en zingen voor mij.”

 

 

Het gebouw wordt versterkt

en hij en zij denken samen

naar een nieuw ikje toe.

Zij zijn ontroerd.

 

hoofdstuk 6 : Herbouwd.

 

Verbaasd is hij als een doorn

z'n voet binnendringt

en zijn lichaam ineenstort.

 

Ontredderd blijft hij achter

als hij voelt hoe vier hoofdstukken

werden afgesloten.

 

Betraand schrikt hij voor een tweede keer.

Huilend hoort hij weer het gekraak.

 

Hij doet niets en lacht niet.

 

 

"Leeg

Heel erg leeg.

geen muziek.

Geen geuren

Geen kleuren

Geen niet.

 

 Veel

Heel veel ik

geproefd

en niet gesmaakt.

Dagen geleefd

maar niet

verstaan.

 

Heel veel leeg."

 

 

 

 

Hij staat op zet de schakelaar aan.

Hij gaat naar buiten, in de tuin.

Hij zit.

Hij wacht.

 

Het moment nadert.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ZIJ

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De deur gaat open.

 

Ergens verkoopt een kerel ijscream.

Het ijs is zijn last, waar hij niet van weg loopt.

De zon schijnt.

 

De kale jongen met de mooie, rode ballon

lijkt gepast te betalen.

De ballon zwijgt.

 

Tegelijkertijd haast de dame

met de bontjas zich de boetiek binnen,

ruikt aan talrijke parfums,

koopt de duurste en gaat rap

naar buiten.

Daar botst ze tegen een slordig ogend meisje

en zonder nog een woord,

 

stapt ze voort.

 

Ze heeft misschien nog maar een uur

om "iets" te doen.

 

En, ook nu, ligt ergens een moeder

T.V. te kijken.

En, ook nu, staat er ooit een vader

te strijken.

 

Ze hebben misschien nog maar een uur

om "iets" te doen.

 

Een piloot laat

luid zijn tuig warm lopen.

Kalm stapt een kapper

door het vuil in het park.

 

Ook, zij denken niet aan nu

Ook zij denken niet aan hier

"misschien"  hebben ook zij ...

Ineens wordt er overal

 

gezwegen.

 

 

 

 

 

 

 

H I

                                                                              16:00

 

 

School is gedaan.

At last

denkt Bart

Dom gezaag; Altijd te kort of te grof. Ben verdomme doodmoe. Vijf dagen in de week les.

Klotemaatschappij. Pff, effe 't stad in, iets drinken. T'is hier snikheet.

En al die mensen... Misschien toch beter naar huis?

"Hey, Bart! Pintje pakken?"

"Cristian! Alles bon?"

"As bon als won ton ton met beautiful B in silofaan papier maar kan zijn."

"Straks won ton ton in de puist op je kop, ja.

And, my dear friend where

guids thee path ?"

"To the lokal pup, shining knight. If your highness likes to compaign me?

"Moge u mij vergeven edele heer , doch denk ik niet dat ik ginds nog verschijnen kan

met zijne Nen-duvel-voor-mij-en-e-pintje-voor-mijn-vriendje. Het daglicht schijne mij klaar in de ogen en vertelle me dat het alcoholgehalte  vermengd met de nodige chemicalieen reeds uw innerlijke zijn hebben doen schitteren."

"En waarom niet? 't Weekend leeft en springt bij de gedachte

van de strak geklede godinnen die mij vanavond opwachten..

Wake up, little one. De tijd is rijp om te leven, ondanks zijne jong geschetene nog slechts

oog heeft voor die pracht en praal van zijne jonkvrouwe en meer boven de aarde zweefd als een verliefde vlinder dan met zijne achtergelaten reisgezellen een drank te delen,bied ik, zijn nederige vriend en thans zijn knecht hem het lekkerste ijsje aan.

Wat denk je jonge knaap?

Kijk eens naar het mooie snoepje dat ome christian mee heeft voor JOU.

Kijk goed naar de tekening erop.  Het prijskaartje van de kwaliteit

de rode ballon die jouw gedachten meeneemt op zijn reis door de lucht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

H II

                                                                              16:25

                       

Afriko Wacko en Eolien de drie meest gekke females van deze kant van de aarde.

" Ah ah, broekventje 3-0 voor het fantastische meiden team.

Da 's wat anders dan thuis voor de buis zitten rukken, hé.

Vooruit alvleesklier van mijn boezem, give it another shot."

"Ines, iedere keer als wij scoren, krijgen wij het punt, weet je wel."

"Dat zeggen ze dan. En als ik u vertel dat d chinezen met hun voeten naar boven footbal spelen? Wie wint er dan?"

"Ahah. Leve de chinezen."

"Dames, een toost! Op de chinezen!"

Waar blijven ze het vandaan halen. Ongelooflijk!

"hela meid. Toosten we niet mee vandaag."

"Het spijt me teergeliefde Eola buikdanseres van de mooiste woestijnen zonder toeschouwers, maar ik heb geen dorst."

"Buikdanseres van de .. Aaah. Geweldig. Dames op de buikdanseres!"

"Let s move to the game. Your ball, weenies."

 

"Wat is er? Nog hoofdpijn?"

"'t Gaat wel. Een beetje moe."

"Ga je vanavond mee naar de fluorenz."

"Ik denk het niet. 'k kruip vandaag vroeg in mijn bed."

"O.K. Kom morgens eens langs anders. Kunnen we eens een wrouwentalk doen."

Morgen?

"Sorry, morgen kan ik niet."

"Zondag?"

Zondag?

"Misschien, ik bel wel.

Ik ga naar huis."

"O.K. tot zondag!"

 

Wacko, ooit teergeliefde bewaker van mijn geheimen.

Tot zondag.

Wat een hitte. En een drukte. En al die mensen.

Gejaagd lopen ze heen en weer ,achter elkaar om toch maar vooraan te raken.

Vooral niet achteruit kijken. Laat de fotoalbums maar dicht.

Want dichten doen we niet.

"Ah! Kijk uit!"

Mens toch, de parfum die je draagt belet je om je toekomst te zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

H 3

                                                                              18:30

 

Moe.

Eerst naar boven. Hop, zak bij de rest van de boeken.

Terug naar beneden. Moeder kijkt T.V.

Een van de dagen verandert ze nog eens in één van die feuilletons.

"Hallo, mam. Ik ben thuis."

"Het eten staat in de koelkast. Opwarmen op..."

"honderd dertig graden. Ik kweet het. Waar is Joeri?"

"Al weg. Vader komt pas laat thuis."

"Ik moet even bellen."

"Niet te lang blijven kwijlen."

"Nee mam."

 

Kwijl maar voort op de mooie mensen van je wereld.

"Shit. Wie heeft de draadloze foon gebruikt? De batterijen zijn plat."

Geen antwoord. Uiteraard. In de hall dan maar.

 

"Hallo meneer. Is Isa Thuis?"

"Dag , Bart. Nee ze is nog niet terug van 't school. Zal ik haar vertellen dat je hebt gebeld."

Shit Nog niet thuis.

"Neen. Kan u haar zeggen dat de papegaai nog niet zwijgt."

"Dat de ..? Tuurlijk."

"Goedenavond."

"Daag"

 

O.k. compu-tijd dan maar. Let's see. Vengeance among of big world?

Wathever.

 

"Welcome to ..."

Jaja. Actie!

 

Zijn kamer is sober versiert.

Het kleine silhouet van een pop hangt schuin.                                                                                                                       

De lampen schijnen vaal licht.

De houten bureau ligt er vuil bij.

 

Shit.

WEER DOOD.

 

 

 

 

 

 

 

 

 IV

                                                                              19:09

 

 

En thuis.

" Driemaal hip hoera voor de mooiste prinses op de planeet."

"Dag, paps."

"En krijgt je lieve vader geen knuffel van zijn liefste dochter."

"Grapjas. Enige dochter.

Ik veronderstel dat één kusje er wel afkan."

"Is de jeugd tegenwoordig al zuinig op zijn kusjes."

Kus

"We eten binnen vijf minuutjes. Eerst je lievelingshemd strijken.

Want zoals altijd wil je dit wel aan doen straks."

"Je ben een engel."

Kus

"Is er nog telefoon geweest?"

"Constant sinds ik thuis ben. Je moeder haar advocaat heeft al twee

keer gebeld. Plus de boekhouder."

"En voor mij?"

"Laat me eens diep nadenken. Was er geen berichtje van een zekere jongeman?"

"Bart? Moet ik terugbellen?"

"Nee. Hij zei iets over papegaaien."

"Hij zwijgt nog altijd?"

"Hmm. Zoiets."

 

"Ik ga naar mijn kamer. En ik moet straks nog even weg."

"Niet te laat !"

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 HV

                                                          21:00

 

 

Negen uur. Ze is er nog niet.

Verdomme, christian altijd met zijn chemische snuisterijtjes.

Kwestie van de koppijn opnieuw weg te spoelen, zou hij zeggen.

Zijn hoofd zal er weer naar zijn maandag.

Maandag.

 

 

 

 

 

 

 

HVI

                                                          21:07

 

 

De dame is weer leuk te laat zal hij zeggen.

Was er maar een beetje meer tijd voor de dingen.

Hij is er al.

 

De donkerte in zijn ogen weerspiegel hem.

De droefheid die hem siert, wordt ijdel gedragen.

Ik heb je lief , donkere prins.

"He vreemdeling."

"He, prinses."

 

 

 

 

 

 

 

 

 

HVII

                                                                    ….

 

Oostelijke nacht kruipt dichterbij.

De westwaarts gedreven wolken, proberen als elke gedachte het licht nog ze bereiken.

De zon gloeit van trots en schoonheid. Ze roodt en geelt de willekeurige vormen in de lucht.

Diegene die het dichtst zweven, krijgen de felle schoonheden toegedaan, terwijl andere of dezelfde iets later , valer en meer melangolisch worden gekleedt.

Elk moment en elke zucht of gebaar of kus is een uniek gebeuren dat het hele moment omvat.

Als de duisternis langzaam veld wint worden de bewegingen trager en het gefluit van de lucht volgt het ritme waarin de omvang toeneemt in de Tijd.

Als de dag bijna helemaal vrdwenen is rolt een traan zijn zorgvuldig aangevoelde weg en krast littekens in haar lichte huid.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

HVIII

                                                                          …

 

Och, maar zachtjes zingen de overige lichtjes hun verhaal.

Ze voelen zich gestoort als een oude man, met de jonge knaap (zijn prins) achterop de kiezels onder zijn banden laat kraken. Hij neemt elke trap zorgvuldig en evenwichtig.

"Waarom gaan we niet wat sneller ,"vraagt de knaap."Straks is het helemaal donker."

"Als ik harder zou trappen, risten de steentjes onder de wielen weg en geraken we maar slipperig vooruit."

 

Als de man gewoon een andere baan had genomen kon hij zich ongestoord verplaatsen hoe hij wou.

Het is niet de nacht die te snel valt ,mijn lief. Het zijn zij die te snel willen gaan.

Ze kijken niet en voelen slechts zelden het genot dat de Tijd geeft als hij voorbij glijdt.

Ze worden opgegeten en afgelikt terwijl mijn tong pareltjes van speeksel achterlaat op de vlakte van je hals. Ze nodigen je uit om binnen te treden in mijn mooie ,kristallen toverbal.

Eens binnen zijn alleen jij en ik en jij en ik elkaars regenboog, avondzon of nachtemaan.

 

Er is geen plaats voor angst in je bol. De glazen wand kan breken en de scherven zouden ons kunnen openrijten, als ik binnentreedt.

 

Mijn bloed zou over je wonden sijpelen en zich vermengen met jouw levenssap.

Kijk naar de rookslierten die uit onze monden verdervloeien in de lucht.

Ze dansen samen een nieuw lied over oneindigheid.

 

Inderdaad. En meer.

 

Aye, my love, And more.

 

Laat mij je ik delen

jouw verleden vloeit als mijn heden.

 

Twee van de kleurrijkste wolken raken elkaar.

Daarwaar ze raken, schijnen lichte flitsen als geheel.

Ze spreken niet en zeggen veel.

 

Nacht en Tijd  dralen rondom hen.

Tot.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

HIX

                                                   00:05

 

Dag en tot dan.

Dan als een woord van hoop en weerzien.

 

Dag en tot dan,

ook aan jou mijn hart.

De nacht zal tranen laten over je afwezigheid.

 

Dan zal ik blijven en wordt dan nu.

 

Nee, lieve dichter van jouw tijd.

Ga nu nog verder en verf je verzen nog.

Want als nu dan geworden is,

wordt jij de kleur en ik het schilderij.

 

Piano.

Don't wake me up.

Gezang.

Waiting for the dawn

Waiting for the night

Waiting for the dawn

Waiting for the light

The day is too low

The day is too bright

Love me love me to the end.

 

This man pursues u a dagger in the sand

This man pursues u a dagger in the sand

yet he will never get unto holdon

yet he will never get unto holdon

Love me love me to the end

 

F all dawn by my side

dawn in my arms

F all dawn by my side

dawn in my arms

This night for ever no morning will come

This night for ever no morning will come

Love me love me to the end.                    

 

 

 

 

 

 

 

 

 

HX

                                                  00:19

 

Gaan in eigen treden en met eigen stappen.

De lafheid van het verleden omgord.

Verder gaan, rondom.

 

Hij gaat naar huis.

Hij denkt en huilt.

 

Zij gaat naar huis

Zij denkt en huilt.

 

Beider tranen raken de grond.

 

Hij betreedt zichzelf

Hij zegt hallo tegen de dingen.

 

Zij betreedt zichzelf

Zij zegt hallo tegen de dingen.

 

Beiden luisteren naar zich, wie zingt.

Beiden schreeuwen in wanhoop hun lied.

 

Viool.

Melangolisch snijden.

Tot de mooiste pijn.

I'm going up and i'm going down

And under my feet, the water flows by

Lalalalalala

I'm acting like a romantic fool

In the storm and the city

city of dawn

In the city of secret love

I feel  so I feel so lost in the city

I feel so I feel  so cold inside

I feel so lost i feel so lost

without u

I feel to old

I feel to old

before my time.

 

And the color is red ,blue and white

Dance in the water

ooh so bright

Lalalalala

Though the city's mystery is back

I feel  so I feel so lost in the city

I feel so I feel  so cold inside

I feel so lost i feel so lost

without u

I feel to old

I feel to old

before my time.

 

Lalalalala

 

Hij kleurt zijn zijn rood.

 

 

Gekraak.

Kerkklokken.

A rainy day she 's alone in her room

Drowned by the pale light of the moon.

She's staring at the scarfs on her wrist.

Where do i come from and where will i go?

Is there anything on the other side?

She closes the curtain and turns off the light.

Scheermessen.

Schimmernde Rasierklinken

Flusteren ihr

Verlockende Dinge zu

Sie wispern

Sieh nur,

Wir schön wir funkelen !

Wir ritzen deine Haut

Ohne dass du etwas davon spürst

Wir lieben dich!

Komm mit uns!

 

And she feels the sound

Of the mighty church-bells

Ignore the deceiving razor-blades

They are slaves of the Evil One

Do u really think

your mission is done in this world?

You're so young

And there are many things you haven't seen yet.

Many expereances

You still have not made!

If u leave us now

You'll never come back

There's no return!

No return!

 

Hey little girl, do u believe in god?

Do u believe in the material world?

Do u believe in anything at all?

Do u believe in everlasting love?

Do u believe in the stars above?

Do u believe in anything at all?

 

Und das Wasser färbt sich rot.

 

 

 

 

 

 

 

HXI

                                                    08:30

 

 

Adem halend worden ze wakker.

 

Hij staat op en kleedt zich aan .

Het is negen uur dertig.

Hij maakt zijn zak en gaat naar beneden.

Zijn vader en moeder zitten aan het ontbijt.

Hij geeft haar een kus en zegt door te moeten gaan.

Als zijn vader vraag hoe laat hij thuis zal zijn, bekijkt hij de man.

Hij heeft hem nooit gekend.

Strak in zijn vaders helder blauwe ogen kijkend, zegt hij niet te weten.

Dag

 

Ook zij zit aan het ontbijt.

Haar vader spreekt zonnig de dag toe.

De zon schijnt daadwerkelijk.

Vader geeft haar een natte zoen en verdwijnt.

Ze kijkt rondom. Ze ziet de keukenrobot en de kras in de muur.

Ze gaat naar boven in haar kamer. Ze neemt de jas van de haak en sluit de deur achter zich.

Dag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

HXII

                                                            09:54

 

Aan het vliegveld is veel volk.

Een man loopt te krijsen omdat zijn haartooi in de war geraakt.

Hoe krijgt hij dit ooit in orde?

Hand in hand en hart bij elkaar stappen ze hangar binnen.

"Bart en Isabel?"

Stilte.

 

"Ja."

"Stap in we vertrekken dadelijk."

 

Vertrekken.

Vliegen.

 

"Denk er aan , op een hoogte van duizend meter trek je open.

Als de eerste parachute niet werkt, trek je aan de noodparachute.

Breack a leg."

 

 

 

 

 

 

 

 

H 13

                                                       …

 

Nu

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Horror

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De stad , donker

Toch verlicht

De man zit in de kamer.

 

De tonen van geluiden die voorheen de stilte doorbroken, sterven uit.

Hij kijkt op.

Ik ga dood aan jou.

 

Er is altijd beter

Ik ben simpel

Ik ben een loper

      Hardloper

Ik dans door de dag alvoor jij vermag dat ik slechts een loper ben.

 

De stad.

We zijn zo mooi daar in dat metrostation,

daar waar ik slechts 1 telefoontje hoef te

doen voor

niets.

 

Terug in de kamer.

 

Ja, niets naar ik vermag.

 

En toch, kijk

       Ik lach

      Dag na dag

            Erdoorheen

Door de dag

Stap ik door de straten

Door het gejoel en gelag.

Ik kijk niet echt rond

Er is toch niemand

      Ik ben alleen

 

Terug in de kamer

 

Ik ben alleen God

                       De Wereld, al wat het vermag

                       Al

Al wat eens geweest is

Al wat eens licht zienen zal

Al wat niet bestanen kan.

 

Ik ben Al.

Ik ben Alleen

 

 

   Pesten mag

Als ik dan maar stappen zal,

dan zal maar langer banger staan.

Als het toch bedrogen kooit,

Voor dommer, laffer,

Komen kon,

      Pest ik je dood.

 

Dood

Dood

Dood

 

En als jouw gezichtje, lichtje

Terug kussen lust

Durf ik

Niet

 

 

Ik ben Al

Ik ben Alleen

 

      He ik zie (graag)

               Ben blij dat j’er bent.

      He, een zoentje

               En vrij proeven dus.

 

Ik ben alleen maar bang

Weet je hoeveel het kosten kan

Weet je   leef je    denk je

      Droogje

 

Het is niet mooi, m’n liefje

Mooi is het niet.

 

      Er zijn doornen

      En bliksems

      En onkruid.

      Er is verloren

      Veel verdwijnen zijn

      Vertrouwen , verdriet

 

Terug in de kamer

      En face de vous

 

He, jij

Hou dit bij

             Ik heb er geen meer

             Ik wil er geen meer hebben

             Geen meer , ik heb er geen meer zin in;

             Geen meer

     Dit is het ‘Lasste keer’

HOU HET BIJ , T’IS NU VAN JOU

En alsjeblief, vergis dit niet als niets

          Wat het niet is.

 

Het is ik die nooit

        bestanen wou.

 

Nu kus me

             En voel de traan

             Die vloeit

Omdat ik niet enkel mooi

      MOOI

      MOOI

 

Niet enkel

             Mooi kan zijn

Het mooi dat komt uit mijn willen(Pijn)

 

 

De schoonheid in’t binnenst

Hier bij mij

 rilt.

                    Ik

             Rilt teder als een

                     wespenblad

dat jij in je handen had.

 

Afscheid

 

Ik wil niet meer van

je houden dan.

Het is gezegd

      In dit.

            Gooi dit weg.

Opgelegd door

Wet van me   ns

Wens

    Wens

Hopen   dromen   zal

 

      UIT

       T’ IS JUIST

 

De man kerft met  z’n

Z’n vlees weg

Het mes ligt opp de grond.

 

Zonder vlees praat

      hij voort.

 

Ik weet het niet meer

‘t is niet als voorheen

      verdwenen

      vergaan

 

Laat

      de Haat

              maar gaan.

Laat

      De Haat

              Maar bestaan

 

De dag is aan jou

     De dag voor jou

      Onder,boven,tussen

      Als,voor,minder,binnen

       In wij

             Die nog even

                    blijft.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

M’n ras, m’n aard

 

We hebben mooi, verdonken

       Verder gepaard.

 

Ons bestaan laat staan

      maar

      waar

en we draven mooi

en we vragen nooit

nooit  waar

      Het is nooit waar.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wolvin

 

De avond valt zachtjes met elke dennenappel die eekhoorn laat glippen.

Een illuster gevoel van dreiging overstemt.

Rya-shan sluipt behoedzaam nabij.

Ze geeft te kennen dat het nu is.

Ze hapt, vol zelfvertrouwen, draait zich om

en slentert vol trots weg.

 

Volgen.

Zij leidt de beklimming zonder één keer achter zich te kijken.

 

Aankomen.

Vele vrienden zijn er, samen met andere, meer onbekende muilen.

Sommige groeten.

Andere zijn lui en liggen, rollend in de avondzon, die nu snel weg zal zijn.

Als de vurige bol helemaal wegebt, zoals zo vaak tevoren, wordt het stil.

Iedereen neem zijn plaats in.

 

Behoedzaam rechtop zitten.

 

De eerste toon wordt gezet.

De horde huilt.

 

Een beetje angstig. De oren spitsen.

 

De meute wordt onrustiger.

Als een siddering in de lucht krijsend wegvloeit met het laatste licht,

betreedt vyaretyr de cirkel.

Het huilen stopt.

Met diep zwarte ogen bekijkt de oude wijze

de kring.

Hij stopt en zijn ogen rusten op hen rondom.

Hij geeft een sierlijk teken.

Hen rondom draaien als één hun hoofd.

 

Laag gebogen met rechte kop dichter komen.

Geen angst tonen.

 

vyaretyr kijkt doordringend aan.

Als hij huilt projecteert hij beelden.

 

Een kleine zuigt gulzig aan de tepels van één van de groten.

Ze klauwt naar de kleine om hem te doen stoppen.

Eerbiedig gaat de kleine in een bolletje liggen.

Zij legt zich neer en waakt.

 

Nieuw gehuil weerklinkt.

Het is yrtazs.

Hij heeft de cirkel betreden en fluistert hees zijn melodie.

 

De kleine bibbert bij het zien van mklof, één van de grootste krokodillen van het land.

Zonder verpinken houdt hij zich stil.

Kop rustend op de poten, instinctief het geleerde herinneren.

Hij is klaar om aan te vallen.

Als mklof hem opmerkt, begint die massief te dansen,

terwijl hij nadert.

 

De kleine spant zijn achterste poten

en ruikt de mogelijkheden.

Het moment dat mklof zijn grote schitterende tanden

gevaarlijk laat naderen, springt de hij behendig weg

en zet zijn aanval in.

Ondanks sterke tegenwerking kan hij toch niet beletten dat mklof hem iets later

tussen zijn grote poten vastgrijpt.

De reuze-krokodil verbreedt zijn grijns, maar laat de triomf in zijn ogen snel varen..

yrtazs is verschenen. Hij bijt hard in mklof 's staart.

mklof deinst achteruit.

Na twee korte, strenge blaffen van yrtazs, verdwijnt hij met de staart tussen de poten.

yrtazs ontfermd zich over de kleine terwijl hij goedkeurend gromt.

 

Rustig zitten.

Ogen scherp.

 

yrtazs nadert en buigt zijn grijze hoofd.

Rya-shan komt naast hem te staan.

Zij zingt haar lied ijler en uitgebreider met vele zachte tonen.

 

Als ze eindigt met drie korte piepen, staat de maan hoog.

yrtazs en rya-shan nemen hun plaats weer in.

 

knaretyr komt dichterbij en zijn ogen staan wild.

Hij lijkt heel de top van de berg te zijn.

Verscheidene rivieren stromen in de binnenkant van zijn ogen.

Hoogten en laagten sieren zijn vacht.

Hij heft zijn poot.

Snel liggen blik naar de grond richten.

Als hij zijn tanden in de wit-grijze vacht zet

is het doodstil.

Het Verhaal dringt binnen, terwijl enkele bloeddruppels

zich verwijderen.

 

De mooiste klanken en vriendschappen omhullen de kleine.

Hij ontvangt elke huil en beseft het kleinste toonverschil.

Het Verhaal zingt zichzelf en fluistert over de andere dingen.

 

Uit het kleinste donker verschijnen twee witte kristallen die elkaar naderen.

Als ze versmelten ontstaat er een enorme groei.

Breder en hoger en dieper.

Tot verschillende vormen en schaduwen.

Uit een van de schaduwen komen grote groenbeboste bergen tevoorschijn.

Ze worden omringt door water en kleine planten die behoedzaam hun

stengel boven de grond uitsteken.

De plantjes werpen door de eerste zon een nieuwe schaduw neer.

De schaduw vervormt tot een silhouet dat zich losmaakt van de aarde.

De grote, zwarte wolf heeft witte ogen waarmee hij rondkijkt.

 

 

Als de kleine opkijkt, voelt hij zich anders.

Hij stapt traag achteruit en neemt plaats in de kring.

In zijn ogen heeft hij een witte glans.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NA NU 1

 

 

 

 

Scene 1 De Droom

 

Er is leven in de lucht.

De zon schuift tergend traag voorbij.

Duizenden wolkjes in verschillende vormen en allerlei kleuren spelen een spel van licht en kleur.

Ze vormen geestige gedaanten, mysterieuse creaturen en steden van droom.

Te midden van de wolken, hangt een grote, ruime slaapzaal op de eerste verdieping..

De heldere zon verlicht de bleke ramen en de vele bedden en kasten.

De meubels zijn van hout en staan minimaal geordend door elkaar.

Als men door het raam naar buiten kijkt, ziet men beneden aan de overkant van een straat een ietwat oudere man in een blauw hemd staan, een gitaar rond de schouders.

Hij tokkelt op de gitaar.

GELUID : Voetstappen die een trap opstommelen.

De deur zwaait open.

Sven betreedt de ruimte. Hij gaat gekleed in een zwarte, spannende broek en een wit hemd die door het zweet tegen z'n lichaam plakken.; hij heeft een zwarte sporttas op zijn rug en draagt een kleinere plastic zak. Hij zet de rugzak op de grond en kijkt rond, waarbij hij soms halt houdt en het hoofd schuin houdt.

Hij strekt de rug, haalt diep adem en er verschijnt een glimlach op zijn lippen.

Hij knikt even met het hoofd en de schouders mee op een fictieve beat en stapt traag door de ruimte.

Hij is blij en misschien een beetje opgewonden.

Halverwege de zaal stopt hij, terwijl er een zonnestraal de palm van zijn hand verwarmt.

Hierop wrijft hij de vingers eerst tegen elkaar om ze vervolgens te strekken, net alsof hij de warmte en het licht dat zijn hand omringen, door zijn huid wil laten binnendringen.

Buiten begint de oudere man te zingen.

Sven wendt de blik van zijn hand naar de rugzijde van een kast op het einde van de zaal. Hij stapt naar de kast toe die zodanig geplaatst staat, zodat het bed dat erachter staat, niet te zien is.

Hij legt zijn hand op de houten achterkant van de kast; sluit even de ogen.

Sven stapt recht voor zich uitkijkend de kast voorbij.

Op het bed achter de kast zit een jonge vrouw met een jeugdig gezicht. Opgewekt pakt ze haar zak uit.

Ze merkt Sven op, herkent hem en krijgt een brede lach op het gezicht.

 

       ISABEL

He

 

 

Scene 2 : MAX's thuis AVOND.

 

De camera tilt vanop de lucht naar beneden, gericht op een huis met een imens, grote vogelkooi erachter, temidden van bossen. Zoomin/through tot in de kooi.

Wanneer de deur van de kooi opgaat vliegen de vogels wild op.

Ze verdringen zich rond MAX die twee voederbakken in de hand heeft.Alle vogels worden gevoederd op een kein musje na; het zit eenzaam alleen in een hoekje van de kooi. Max neemt een kleiner bakje met voeder, baat tot iets achter het vogeltje waar hij zich even neerzet en het musje aanschouwt.

Hij laat het bakje daar staan, verlaat de vogelkooi.

Hij neemt de rugzak die naast de ingang staat op de rug en gaat op stap.

 

 

Scene 3 Gerard rijdt op een heuvelrug AVOND

 

Een grote, zwarte luxueuse auto rijdt de heuvelrug van een pittoresk dal op.

 

GERARD, de bestuurder, luistert naar de berichten op zijn antwoordapparaat. Hij gaat gekleed in een modern, zwart maatpak en een stijlvolle zonnebril. Hij draagt een gouden horloge en een dikke, dure zilveren ring.

Terwijl hij rijdt, probeert hij zoveel mogelijk van het landschap te bekijken. Iedere keer even terugblikkende op de weg voor hem.

 

VOICEMAIL

Welkom op de voicemail. U heeft 1 nieuwe berichten. Ontvangen vandaag om 17 u 14.

 

Er weerklinkt een klik en daarna de stem van NATALIE , Gerards secretaresse.

 

NATALIE

Ja,Gerard.Natalie hier. T'is om te zeggen dat die klanten van Regio met een bug zitten in hun nieuwe softwarepakket. Ze bellen al heel de dag het kantoor plat. Laat iets weten, als je wil. Sluut.

 

VOICEMAIL

U heeft alle nieuwe berichten...

 

Voor het einde van de zin legt Gerard af en drukt een nieuw nummer in.

De auto bereikt de top van de heuvel. Vanuit de auto is een mooi uitzicht op het lagergelegen dal te zien.

Gerard verlaat de weg en rijdt over het gras naar het uiteinde van top.

Op een vijftiental meter van de rand, stopt hij de auto en stapt uit, terwijl hij in zijn GSM babbelt.

 

GERARD

Natalie. Gerard. De bug zal niet voor vandaag zijn. Ik ben er niet. (paradiërend op een typische bureaucratische manier)

En ik zal pas morgen terugzijn. Ik spring om een uur of twee wel binnen op kantoor. Groetjes.

 

Hij verbreekt de verbinding, steekt de telefoon in zijn zak en wandelt richting rand.

 

 

 

Scene 4 Kathy's huis DAG

 

GELUID : Feestrumour dat verdwijnt als een deur dichtklapt.

          Voetstappen sleffen door de WC-ruimte.

De deur van een hokje gaat open  

Kathy zet zich op de op de WC-pot  en zucht.

Ze steekt de tong uit richting de deur, de ogen gesloten.

Ze blijft in de zelfde positie. In haar hoofd weerklinkt de melodie die de oude man speelde in Kathys droom.

Haar gezicht klaart op en er verschijnt een tevreden gelaatsuitdrukking.

Ze valt achterover.

 

 

Scene 5  Op de top van de heuvel AVOND.

 

Gerard zit op 2-3 meter van de rand. De benen gekruist, de romp rechtop.

Zijn handen rusten zachtjes op de kniën. Hij ademt regelmatig, waarbij zijn buik op en neer gaat. De rest van het lichaam rust onbeweeglijk.

Hij zit met gesloten ogen op de top van de heuvel met voor zich het grote dal dat sterk begroeid is met verschillende soorten bomen. Aan de rand van een rustig stromende rivier , staan een aantal sierlijke knotwilgen, de bladeren droef afhangend naar de aarde toe. De avondzon geeft het ontstaan aan flitsende schitteringen op het wateroppervlak. Een kikker kwaakt vanonder het riet dat  als fijne halmen weerstand biedt tegen het stromende water. Boven het water hangen groepjes muggen.

Af en toe verraadt een krakende tak de aanwezigheid van een dier tussen de vele bomen, terwijl een licht briesje de blaadjes doet bewegen.

Het dal leeft.

Gerards gezicht is gesierd met een brede glimlach.

Achter hem komt Max kalm aangewandeld. Hij stopt op korte afstand van Gerard, recht voor zich uit kijkend, uitzicht op het dal.

Gerard opent de ogen, haalt diep adem, ademt terug uit, draait zijn gelaat, met de nog steeds zelfde glimlach, richting Maxt. Blij bekijken ze elkaar een ogenblik.

Gerard staat op. Ze omhelzen elkaar stevig, laten los, kijken elkaar diep in de ogen en zetten zich beiden naast elkaar neer, gericht naar de rand.

 

       Gerard (bedenkend)

Waar?'

 

       Max

Op het einde van de wereld!

 

       Gerard

Zeg!

 

       Max(Toegevend lachend, blij.)

Temidden van de 'gebruikelijke'(accentuerend) geschiftheid.

 

       Gerard

Mmh

      

       Max

Waarom?

 

       Gerard

Zoeken naar...

Puurheid.

Schoonheid.

 

       Max

Droom.

 

       Gerard

Wie?

 

       Max

Hij

 

Sven schiet wakker uit zijn droom en komt rechtop te zitten.

       Sven

He

 

       Gerard

Zij.

 

 

Scene 6 WC-ruimte , Kathy's thuis DAG.

 

Sander , kathys buurjongen probeert Kathy te overhalen om terug te gaan naar het feest dat haar ouders hebben georganiseerd ter gelegenheid van haar verjaardag. Ze weigert resoluut, zegt dat ze van al die mensen die denken haar liefde te kunnen kopen walgt. Haar moeder komt binnen.

 

       MOEDER

Awel? Waar is Kathy.

 

Sander wijst richting het WC-hokje.

 

       MOEDER

Is't weer zover, ja?

Staat het madam weer nie aan, nee?

Vader en moeder zullen wel voor alles opdraaien, terwijl dat dejongedame maar weer eens doet waar ze zin in heeft...

 

Kathy komt uit het hokje. Haar ogen glinsteren, ze heeft een mysterieuze glimlach op de lippen.

 

       Kathy

Ha, mama. Ben net klaar. Zullen we maar lekker, gezeliig gaan verderfeesten?

 

Ze laat een kreetje van plezier en verlaat de ruimte, terwijl moeder en Sander haar verbaasd aan kijken.

 

 

 

Scene 7 Svens appartementje DAG

 

Sven  loopt in zijn slip door de living met een fotoalbum in zijn hand. Hij stapt door een open schuifraam een klein terras op.

 

 

Scene 8 EXT Svens terras DAG

 

Net buiten gekomen blijft hij staan en leunt halvelings tegen de witte, ijzeren leuningr en hij neemt een blaadje uit zijn broekzak, strooit er wat tabac in, plakt het dicht en steekt ze achter zijn oor. Hij rolt een tweede sigaret en steekt ze achter zijn ander oor.  Hij opent het album  daar waar hij al heel de tijd zijn wijsvinger tussen de bladeren hield. En kijkt naar een foto van Isabel.

Onder de foto staat in pen geschreven ‘My first,last and always »

Hij haalt uit zijn zak een geel papiertje dat opgerold is en bijeen wordt gehouden door een rekkertje.

Sven rolt het rekkertje van het papiertje, steekt het in zijn zak. en legt het papiertje naast de foto.

Er staat  opgeschreven : Ben maandag terug in’t land. Zin om me te zien ? At Ritchies ?  Je enige . En daaronder : ISA.

Hij neemt de eerst gerolde sigaret en steekt ze op.

Hij neemt drie , felle, korte trekken van zijn sigaret en schiet ze tussen zijn middenvinger en duim weg.

Hij heft het hoofd en kijkt rond naar de wolken alsof hij steeds nieuw dingen ziet. Zijn handen zijn gebald met de palmen naar boven gericht.

 

 

 Scene 9 INT KATHYs kamer DAG.

 

Kathy ligt omgekeerd op haar bed. Ze kijkt naar het plafond.

De kamer is een hemel van fantasietjes. Overal hangen postkaartjes met spreuken over de Liefde en het Leven, briefjes met kleine attenties en allerlei beestjes en poppen.

Eén van de kaartjes iseen veld met twee klaprozen in.

Kathy leest de tekst mee.

 

       Kathy

Ik droomde dat we bloemen waren.

 

Ze zucht en trekt pulkjes haar uit haar staart. Ze frutselt ermee.

Hetzelfde melodietje weerklinkt.

 

       Kathy(dagdromend)

Jij en ik, m'n lief

vrij geluk

alleen maar wolkjes

waarachter w' ons verschuilen voor elkaar.

Ik hoop dat je droomt, waar ik droom,

dan zie ik je.

alleen maar wolkjes.

Vrij geluk   (tegelijkertijd zegt Kathy : Kus mij)

 

       Sven & Kathy

Jij en ik

 

       Moeder

Kathy!

 

Kathy schiet verbaasd recht, blijft stokstijf stil zitten.

Ze krijgt weer een vervreemdende gloed in de ogen, ze tintelt en verlaat de kamer.

 

 Scene 10 Op de top van de heuvel Nacht.

 

Max en Gerard hebben een vuur gemaakt. Ze warmen worstjes op die ze daarna zwijgzaam tussen een broodje met wat mosterd opeten. Bij de maaltijd drinken ze wijn uit de fles. Na het eten staat Max recht en kijkt even rond.

 

Max

Misschien hadden we ajuin moeten meebrengen.

 

Hij kijkt naar de grond en terug op.

 

Max

voor bij de sauciskes.

 

Gerard

Misschien had ik wel drugs moeten nemen.

 

Max fronst zijn voorhoofd.

 

Gerard

dan zag u misschien als een vree, knap bieke met schitterende ogen.

Voor als dessert.

 

Ze schieten in de lach.

 

Max

Flauwerik.

 

Lichtspottend brengt Gerard zijn handen evenwijdig de lucht in. De vingers gestrekt tegen elkaar.

Ondeugende lichtjes blinken in zijn ogen als hij hierbij een sissend geluid maakt.

 

 

 Scene 11 Op de top van de heuvel Nacht.

 

Max en Gerard hebben een vuur gemaakt. Ze warmen worstjes op die ze daarna zwijgzaam tussen een broodje met wat mosterd opeten. Bij de maaltijd drinken ze wijn uit de fles. Na het eten staat Max recht en kijkt even rond.

 

Max

Misschien hadden we ajuin moeten meebrengen.

 

Hij kijkt naar de grond en terug op.

 

Max

voor bij de sauciskes.

 

Gerard

Misschien had ik wel drugs moeten nemen.

 

Max fronst zijn voorhoofd.

 

Gerard

dan zag u misschien als een vree, knap bieke met schitterende ogen.

Voor als dessert.

 

Ze schieten in de lach.

 

Max

Flauwerik.

 

Lichtspottend brengt Gerard zijn handen evenwijdig de lucht in. De vingers gestrekt tegen elkaar.

Ondeugende lichtjes blinken in zijn ogen als hij hierbij een sissend geluid maakt.

 

 

 

Scene 12 Sven loopt door de stad AVOND

 

Sven loopt door de stad, ontmoet in een bakkerij waar hij niets koopt een iet of wat bizarre neger die hem toefluisterd dat ze wacht. Iets verder vind hij een fles wijn waar de kurk nog op zit. Hij neemt ze mee.

Hij ontmoet een hond die hij volgt.

 

 

Scene 13 Kathy's Garage.

Kathy staat in de garage met de ogen dicht. Er staan twee fietsen, een scooter en een hoop rommel.

Op een kast staat er tussen een aantal verfpotten een ouwe platendraaier te spelen. Ze beweegt mee op de klanken en woorden van de melodie.

 

 

'And you knew the story.

Your own lifestory.

And didn't you wonder.

Though you try to change

Try to change it all

And didn't you

wonder

 

How it 'll sound in a song'

 

Scene 14 Sven komt toe at Ritchies. AVOND

 

Sven komt toe en gaat naar binnen.

De parking is leeg op Kathys scooter na.

 

Scene 15 At Ritchies.

 

Sven komt binnen in de vierkante ruimte van het cafe.

Links van de deur staat de oudere man met een cello rond zijn hals op een laag podium. Hij speelt zijn lied en murmelt de tekst mee.

Rechts van de deur staan een  zestal donkerbruine, houten stoelen en tafels. Tegen de achterste muur staat een beige sofa waarin Kathy zit. Op het tafeltje staan twee lege glazen, waar ze verveeld doorkijkt.. Naast de sofa , op enkele meters zit Isabel aan het hoofd van een tafel. Ze kijkt gespannen met wijdgespreidde pupillen voor zich uit.Verder is er niemand.

Sven lacht als hij Isabel ziet, stapt op haar toe en zet zich aan de andere kant van de tafel.

 

       Sven (met een wazige blik in de ogen)

M'n lief! Eindelijk ben je terug

 

       ISA

Sven

 

       Sven

Uren waren nachten, nachten leken eeuwen, van verslagenheid, van wachten, van...

 

       ISA

Zeg, stop eens. Ik ben blij om je te zien ma je moet niet overdrijven. Euh

Hoe is 't met u? Da's een tof hemd , dat je daar aan hebt.

 

Sven kijkt verdwaasd van Isabel naar zijn hemd.

 

       ISA

En ? Zijde met iemand samen. Is u hartje al eindelijk ingepakt?

 

Sven kijkt op, lacht vertroubeld en schudt het hoofd.

 

       Sven

He?

 

       ISA(Haastig)

Ik heb ne grote vis aan den haak geslagen, zenne. Paul is dokter en...

 

       Sven

Vis?

 

       ISA

Awel, ja we gaan trouwen , en...

 

Alles begint te verijlen voor Svens ogen. Hij hoort nog flarden van wat Isabel zegt.

 

       ISA

Ge dacht toch nie...

...Jij en ik...

... Alle, Sven...

...toch maar dromen...

.. wordt eens wakker ...

... wordt wakker , wordt wakker... (na echoënd)

 

Sven lacht.

 

Kathy droomt.

 

Scene 1 De Droom

 

Er is leven in de lucht.

De zon schuift tergend traag voorbij.

Duizenden wolkjes in verschillende vormen en allerlei kleuren spelen een spel van licht en kleur.

Ze vormen geestige gedaanten, mysterieuse creaturen en steden van droom.

Te midden van de wolken, hangt een grote, ruime slaapzaal op de eerste verdieping..

De heldere zon verlicht de bleke ramen en de vele bedden en kasten.

De meubels zijn van hout en staan minimaal geordend door elkaar.

Als men door het raam naar buiten kijkt, ziet men beneden aan de overkant van een straat een ietwat oudere man in een blauw hemd staan, een gitaar rond de schouders.

Hij tokkelt op de gitaar.

GELUID : Voetstappen die een trap opstommelen.

De deur zwaait open.

Kathybetreedt de ruimte. Ze gaat gekleed in een zwarte, spannende broek en een wit hemd die door het zweet tegen haar lichaam plakken.; ze heeft een zwarte sporttas op haar rug en draagt een kleinere plastic zak. Ze zet de rugzak op de grond en kijkt rond, waarbij zij soms halt houdt en het hoofd schuin houdt.

Zij strekt de rug, haalt diep adem en er verschijnt een glimlach op haar lippen.

Ze knikt even met het hoofd en de schouders mee op een fictieve beat en stapt traag door de ruimte.

Ze is blij en misschien een beetje opgewonden.

Halverwege de zaal stopt ze, terwijl er een zonnestraal de palm van haar hand verwarmt.

Hierop wrijft ze de vingers eerst tegen elkaar om ze vervolgens te strekken, net alsof ze de warmte en het licht dat haar hand omringen, door haar huid wil laten binnendringen.

Buiten begint de oudere man te zingen.

Kathy wendt de blik van haar hand naar de rugzijde van een kast op het einde van de zaal. Ze stapt naar de kast toe die zodanig geplaatst staat, zodat het bed dat erachter staat, niet te zien is.

Ze legt de hand op de houten achterkant van de kast; sluit even de ogen.

Kathy stapt recht voor zich uitkijkend de kast voorbij.

 

Eens de kast voorbijbeland ze ineen donkereplaats.In het midden zit Isabel op de grond met derug naar haar gekeerd.

Zestapt op haar toe. Isa staat recht ze kussen elkaar.

 

 

Scene 12 INT At Ritchies NACHT

 

Kathy schiet wakker uit haar dagdroom en kijkt recht in Sven ogen.

 

       Kathy

He

       Sven

He

 

De deur klapt dicht. De oudere man en Isabel blijven alleen achter in het café.

 

Scene 13 Op de heuveltop Nacht

 

Gerard en MAx zitten nog steeds op dezelfde plaats. Het regent.

Ze glimlachen beiden voluit.

 

 

Scene14EXT At Richies, op de parkeerplaats NACHT

 

Het regent.

Sven en Kathy hebben elkaars handen vast en tollen rond.

Ze zijn zo op elkaar gefocust dat het misschien wel de werels-d is die rondtolt terwijl zij stilstaan.

Iets van hun verwijdert staat de wijnfles en de glazen halfleeg op de grond.

 

Hun gezichten stralen van geluk, rond tollend.

Gerard en Max tollen mee. Met zijn vieren draaien ze rond.

FLITS

 

Scene 15 EXT Op de top van de heuvel, TEGEN DE MORGEN.  

 

Max en Gerard zitten met gesloten ogen.

Boven de heuvel aan de andere kant van het dal komen de eerste zonnestralen te voorschijn.

Samen met de lucht klaart hun gezicht op.

Ze zuchten beiden diep.

 

Max

Een mooi verhaal

 

Max opent zijn ogen en staat na drie tellen recht.

Hij draait zich om en neemt de zelfde weg terug naar huis.

 

Als Max uit het zicht verdwenen is, opent Gerard de ogen en kijkt rond.

Hij staat recht stapt naar zijn wagen. Ondertussen vist hij zijn telefoon uit zijn zak, drukt op enkele toetsen en brengt het toestel naar zijn oor.

Hij stapt in en rijdt de heuvel af.

 

Gerard

He, Natalie, t'is uwen baas. Zeg, ik zal waarschijnlijk binnen een uur of twee al passeren op 't kantoor.

Kunde de papieren van Regio klaarleggen?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na Nu 2

 

 

 

 

 

 

Scene 1 : EXT, Aan de vogelkooi , AVOND

 

Op een afgelegen plaats staat een vogelreservaat , een huis met erachter  een imens, grote vogelkooi met ervoor een bordje. Op het bord staat 'Natuurreservaat VDS.  Natuurvogels.'

HUBERT, een man van 25-30 jaar met een gezonde uitdrukking op het gezicht, staat in de kooi zijn vogels eten te geven.

Hij draagt een bruine broek, een groene jekker en stevige stapschoenen.

Zijn lange haren hangen wild over zijn schouders, zijn wangen blozen. Op zijn hoofd heeft hij een vaal zonnehoedje.

Er staat een klein transistor radiootje te spelen.

 

De vogels vliegen opgewonden op en neer, wanneer Hubert hun het eten geeft.

 

Eén van de vogels zit eenzaam in een hoek van de kooi.

Terwijl de anderen geestdriftig door de kooi fladderen, lijkt het eenzame vogeltje weg te kwijnen.

Droef staart het door het gaas van de omheining naar de omringende bomen.

Hubert slaat hem een poosje gade, zet de bakjes met eten ,op één na, op een voederbank en wandelt traag naar het vogeltje toe. Hij zet dat ene bakje op een klein meterje achter het diertje op de grond en blijft weer even staan om het te bekijken.

Hij verlaat de kooi en sluit het deurtje zorgvuldig af.

Hij trekt de sluiting van zijn jas iets hoger, neemt de rugzak die naast de deur staaat op de schouders en gaat op weg.

 

 

 

 

Scene2 EXT, Op een heuvelrug, AVOND

 

Een grote, zwarte luxueuse auto rijdt de heuvelrug van een pittoresk dal op.

De radio staat te spelen en wordt een tikkeltje luider gezet.

GERARD, de bestuurder, draagt een modern, zwart maatpak; een stijlvolle zonnebril, een gouden horloge en een dikke, dure zilveren ring.

Terwijl hij rijdt, probeert hij zoveel mogelijk van het landschap te bekijken. Iedere keer even terugblikkend op de weg voor hem.

 

Zijn mobiele telefoon rinkelt. Hij neemt op via de ingebouwde intercom.

Het is de voicemail.

 

VOICEMAIL

Welkom op de voicemail. U heeft 1 nieuwe berichten. Ontvangen vandaag om 17 u 14.

 

Er weerklinkt een klik en daarna de stem van NATALIE , Gerards secretaresse.

 

NATALIE

Ja, Gerard. Natalie hier. T'is om te zeggen dat die klanten van Regio met een bug zitten in hun nieuw softwarepakket. Ze bellen al heel de dag het kantoor plat. Laat iets weten, als je wil. Sluut.

 

VOICEMAIL

U heeft alle nieuwe berichten...

 

Voor het einde van de zin legt Gerard af en drukt een nieuw nummer in.

De auto bereikt de top van de heuvel. Vanuit de auto is een mooi uitzicht op het lagergelegen dal te zien.

Gerard verlaat de weg en rijdt over het gras naar het uiteinde van top.

Op een vijftiental meter van de rand, stopt hij de auto en stapt uit, terwijl hij in zijn GSM praat.

 

GERARD

Natalie. Gerard. De bug zal niet voor vandaag zijn. Ik ben er niet. (op een typische bureaucratische manier)

En ik zal pas morgen terugzijn. Ik spring om een uur of twee, morgen wel binnen op kantoor. Groetjes.

 

Hij verbreekt de verbinding, steekt de telefoon in zijn zak en wandelt richting rand.

 

 

 

 

 

Scene 3 Pauls begin van de dag

 

Ergens in een grote stad, op de derde verdieping, in een klein apartement giet PAUL zijn koffie in een kop.

De kop is wit met op de voorkant een tekening : op een blauwe achtergrond hangt een ludieke rode klok met gele wijzers. Er hangen een vijftal kromme lijntjes rond de klok, om aan te geven dat ze trilt. "Hang around" staat erronder geschreven.

Alles in de raamloze keuken staat ordelijk gerangschikt. Op het donkere aanrecht staat een plastieken doosje waarin rekkertjes liggen. Voor elke kleur is er een ander vakje voorzien. Net erboven hangt een kitscherig donkerblauw houdertje waar xelofaanpapier, een huishoudrol, plastieke zakjes en papieren zakdoekjes aanhangen.

Aan de muren hangt behangpapier met verschillende vormen en tinten grijs.

Het tafelblad is wit en steunt op zwarte poten. Naast de tafel staat een aanzetkast. Er hangt een grote foto in van een grasveld. Op één van de planken staat een plastieken drinkbeker in de vorm van de Lionking, een pop in de vorm van Darth Fader en een uitgescheurde foto van Lara Croft.

Er ligt een donkerbordeaux tapijt op de grond. PAUL heeft zijn alledaagse kostuum aan, een tweedelig, grijs pak met fijne zwarte, strepen dat er misschien iets te modern uit ziet voor de lege blik in zijn ogen. Zijn haar ziet eruit alsof het net gebröscht is.

De spieren in zijn gezicht zijn onbeweeglijk, de mondhoeken staan iet wat opgeheven in een strakke glimlach die er al jaren lijkt te zijn. Na elke gedachte knippert hij met zijn ogen.

Na het ontbijt wast hij direkt  de kop, het bestek en het bord af , kuist de tafel af met een velletje huishoudpapier dat hij daarna in de rode vuilnisbak gooit.

Hij verlaat het appartement.

 

De twee benen vast op de grond staat PAUL te wachten op de bus. In zijn ene hand houdt hij zijn zwarte aktentas vast, de andere steekt in de zak van zijn lange overjas. Hij staat stil, beweegt niet.

Als de bus aankomt stapt hij met gelijke tred naar de achterste ingang van de bus . Hij stapt op haalt het kaartje dat hij vasthield in de hand uit zijn zak en steekt het in de stempel machine. Na het afstempelen gaat hij op de voorlaatste bank zitten aan het raam. Hij wendt zijn gezicht alsof hij naar buiten kijkt.

 

Na de rit stapt hij af elders in de stad. Hij wandelt twee blokken verder waar hij via de lift naar de twintigste verdieping van een groot apartementsgebouw gaat. Hij betreedt de kantoorruimte, een grote zaal waar doormiddel van plastieken tussenschotten allemaal kleine kantoortjes bestaan.De vele individuele gesprekken zijn slechts hoorbaar als een luid, druk gegons. Terwijl hij naar zijn eigen plaats stapt, wenst hij een aantal mensen op een identieke manier goedemorgen. In één van de vele gangetjes heeft een klerk een stapel papieren laten vallen. De vellen papier liggen over de gehele breedte van de gang verspreidt  zodat het onmogelijk is om de andere kant te bereiken zonder erover te lopen. Paul kijkt snel schichtig rond, werpt een blik op zijn polshorloge en knippert heftig met de ogen. Na enkele besluitloze momenten, draait hij zich om en neemt het eerst gangetje naar rechts. Hij slaat hier en daar een andere gang in tot hij aan zijn eigen bureau komt.

Hij zet zich neer aan zijn bureau, kijkt met korte schokken rond zich heen.

Hij zucht en begint te werken.

 

 

 

 

 

Scene 4 EXT Op de top van de heuvel AVOND.

 

Gerard zit op 2-3 meter van de rand. De benen gekruist, de romp rechtop.

Zijn handen rusten zachtjes op de kniën. Hij ademt regelmatig, waarbij zijn buik op en neer gaat. De rest van het lichaam rust onbeweeglijk.

Hij zit met gesloten ogen op de top van de heuvel met voor zich het grote dal dat sterk begroeid is met verschillende soorten bomen. Aan de rand van een rustig stromende rivier , staan een aantal sierlijke knotwilgen, de bladeren droef afhangend naar de aarde toe. De avondzon geeft het ontstaan aan flitsende schitteringen op het wateroppervlak. Een kikker kwaakt vanonder het riet dat  als fijne halmen weerstand biedt tegen het stromende water. Boven het water hangen groepjes muggen.

Af en toe verraadt een krakende tak de aanwezigheid van een dier tussen de vele bomen, terwijl een licht briesje de blaadjes doet bewegen.

Het dal leeft.

Gerards gezicht is gesierd met een brede glimlach.

Achter hem komt Hubert kalm aangewandeld. Hij stopt op korte afstand van Gerard, recht voor zich uit kijkend, uitzicht op het dal.

Gerard opent de ogen, haalt diep adem, ademt terug uit, draait zijn gelaat, met de nog steeds zelfde glimlach, richting Hubert. Blij bekijken ze elkaar een ogenblik.

Gerard staat op. Ze omhelzen elkaar stevig, laten los, kijken elkaar diep in de ogen en zetten zich beiden naast elkaar neer, gericht naar de rand.

 

Gerard (bedenkend)

De plaats?

 

Hubert (denkt even na, en dan zeker van zijn stuk)

De stad.

 

Gerard

Onderwerp?

 

Hubert

Een man

 

Gerard

Een man. Aan een bureau in een kantoorruimte in de stad.

 

Voor de beiden mannen opent de ruimte zich. Er verschijnt een tafereel : een bureau zoals dat van Paul.

Er zit een man voor het bureau van wie we enkel de rug zien.

 

Hubert

Met een bloempot op zijn hoofd.

 

De man heeft een bloempot op het hoofd.

Beiden lachen.

 

De bloempot verdwijnt.

 

Gerard

Met...(geeft een beschrijving van Paul)

 

 

 

 

 

Scene 5 Pauls leven 1

 

 

In Pauls kantoor

 

Paul zit nog steeds voor zijn bureau,te werken.

 

Hubert

Een heel evenwichtig man

 

Diane , Pauls buur, komt binnen met een dossier in de hand. Ze begint te babbelen terwijl ze hem de map overhandigt. 

Diane is een dame van middelbare leeftijd die tijdens het praten fel gesticuleert. Pauls deel van het gesprek bestaat voornamelijk uit korte knikjes van beaming met het hoofd en glimlachen.

 

Gerard

Een man met weinig problemen.

 

Hubert

Zo eentje om weinig aan te geven.

Steeds op tijd. Steeds stipt.

 

Gerard

Die nipt blijft omdat hij geen twijfel kent.

 

Diane

... je zag er zo ongelukkig uit.

 

 

Paul(niet begrijpend)

Ongelukkig? Ik? Ik ben nooit ongelukkig.

 

 

De direkte omgeving van zijn apartement.

 

Het is avond.

Paul tuurt door het raam van zijn apartement naar de straat , waar beneden ROMANIE, Pauls onderbuur, in een gele, regenjak zich door de regen haast.

 

Hubert

Uiteindelijk besluit hij het meisje dat onder hem woont ...

 

 

De hal van het flatgebouw.

 

Paul staat in zijn brievenbus te morrelen, als Romanie binnenkomt.

Ze ziet rood van de inspanning en struikelt over de bruine mat, waarop 'welkom' staat.

Paul stapt op haar toe.

 

Gerard

en waarvoor  hij al 2 jaar elke dinsdag avond rond 21:19u zijn brievenbus  gaat lichten

 

Hubert

om zo een betere glimp van haar op te vangen als zij terugkomt van de dansles.

 

Gerard

aan  te spreken.

 

 

In de auto

 

Paul en Romanie zitten in een zilveren, grijze auto  met op de achteruit 'just married' geschreven.

Ze hebben beiden een brede, statige glimlach op de lippen en kijken recht voor zich uit.

Het geluid van de tinnen blikken die achter de auto hangen, doorbreekt de stilte.

Ze rijden weg.

 

Hubert

14 dagen later zijn ze getrouwd.

 

In de woonkamer van hun huis.

 

Paul en Romanie zitten in de sofa en kijken TV in een even ordelijk huis als Pauls vroegere apartement.

Er staat een wiegje met een witte sluier naast de zetel. Het wit contrasteerd ssterk met de sobere donkerte van de kamer.

 

Gerard

en 2 jaar daarna krijgen ze een dochtertje : Elizabeth.

 

In de eetkamer van hun huis

 

Paul zit aan tafel samen met de 5 jarige Lizzy. Achter Paul staat een kerstboom met rode slierten en ballen in. Onder de boom staat een stalletje. De tafel is net gedekt, alleen Lizzy beweegt.

Wanneer ze op punt staat het zoutvat van de tfael te stoten, verplaatst Paul en zet het neer buiten haar bereik.

Romanie komt binnen met kalkoen.

 

Hubert

En elk jaar met Kerstmis eten ze kalkoen.

 

 

 

 Scene 6 Op de top van de heuvel Nacht.

 

Hubert en Gerard hebben een vuur gemaakt. Ze warmen worstjes op die ze daarna zwijgzaam tussen een broodje met wat mosterd opeten. Bij de maaltijd drinken ze wijn uit de fles. Na het eten staat Hubert recht en kijkt even rond.

 

Hubert

Misschien hadden we ajuin moeten meebrengen.

 

Hij kijkt naar de grond en terug op.

 

Hubert

voor bij de sauciskes.

 

Gerard

Misschien had ik wel drugs moeten nemen.

 

Hubert fronst zijn voorhoofd.

 

Gerard

dan zag u misschien als een vree, knap bieke met schitterende ogen.

Voor als dessert.

 

Ze schieten in de lach.

 

Hubert

Flauwerik.

 

Lichtspottend brengt Gerard zijn handen evenwijdig de lucht in. De vingers gestrekt tegen elkaar.

Ondeugende lichtjes blinken in zijn ogen als hij hierbij een sissend geluid maakt.

 

 

Scene 7 Huberts leven 2

 

In de badkamer, 10 jaar later.

 

Paul zit rechtop in bad , het kraantje loopt.

Systematisch wrijft hij zich met een washandje schoon.

De deur slaat open. Lizzy stormd binnen.

Ze heeft een neuspiercing, draagt een felle rode band in het haar, een oranje broek met daarop een blauw hemdje.

Ze heeft tranen in de ogen en gedraagt zich hysterisch.

 

Elizabeth

T'is allemaal ni zo simpel, ze en ik heb schijt aan uw bekrompen gedoe.

Allemaal vakskes,ja. Ge zou wel willen.

En ik ben nie zot

 

Hubert

Als Lizzy 16 is, verlaat ze het huis

 

Ze stormt weer naar buiten, de deur hard achter zich dichtslaand.

 

 

De slaapkamer

 

Paul ligt in bed. Naast hem staat een dienblad met thee en beschuiten.

De gordijnen zijn dicht en er brandt geen in de kamer.

 

Gerard

Paul blijft de week erna heel de tijd in bed.

 

 

 

De bushalte

 

Paul stapt op de zelfde manier als altijd op en gaat op de voorlaatste bank zitten.

 

Hubert

De maandag daarop gaat hij terug naar het werk en verder met zijn leven.

 

 

Aan het kanaal

 

Paul zit ineengedoken ineen met een brief in de hand aan de rand van het kanaal.

Hij staart.

Af en toe vaart er een boot langs.

Hij rilt.

 

Gerard

Vijf  jaar daarna verlaat Romanie hem voor een exentrieke schilder uit Parijs.

Ze neemt al hun gemeenschappelijk geld mee, laat nog een briefje achter en verdwijnt met de noorderzon.

 

Hubert

Hij blijft drie dagen langs de kant van het water zitten.

Momenten van heftig knipperen met de oogleden afgewisselt met een diepe lege blik.

 

Gerard

Alleen maar ik.

Na drie dagen beginnen zijn ogen weer te stralen, feller dan voorheen..

 

Paul staat op en stapt verder.

 

 

Pauls apartement, de hal

 

Paul licht de bus. Het deurtje van de bus staat open. Hij heeft brieven in zijn handen.

Hij knippert met de ogen. Draait zijn hoofd naar de ingang van de hal, knippert tweemaal achter elkaar, draait het hoofd weer naar de bus en glimlacht.

 

Hubert

Hij neemt terug intrek in zijn vorig flatje

En gaat de maandag daaropweer naar zijn weer, naar mooie gewoonte.

 

De keuken

 

Paul staat in de keuken.

De tas op de tafel valt naar beneden, stuk op de grond.

Paul verstijfd, lacht volmondig.

En met een ruk rent hij naar de deur, trekt ze op en holt de trap af, door de hal, tot op de straat.

 

Gerard

Vrijdags avonds staat hij in de keuken.

Zijn kop valt.

 

Hubert

Hij rent naar beneden,

 

Gerard

bezeten door een overweldigend gevoel van

 

Hubert

puurheid

 

Gerard

Sneller de treden af.

 

Hubert

zonder er ook maar een over te slaan.

 

Gerard

hop de straat op.

 

Een grote vrachtwagen kan niet meer remmen. Hij raakt de man op de straat, die enkele meters verder dood neervalt.

 

 

Scene 8 : EXT Op de top van de heuvel, TEGEN DE OCHTEND.

 

Het schemert.

Hubert en Gerard zitten nog steeds.

Op hetzelfde ogenblik knipperen ze met de ogen.

Ze kijken iet wat verbaasd.

 

Hubert(op een luchtige toon, maar wel bedenkend)

Dood!?

 

Gerard (op een even luchtige toon, maar bevestigend)

Dood.

 

Gerard haalt een zilveren sigarettenhouder en aansteker uit de binnenzak van zijn vest.

Hij steekt een sigaret op.

Hubert neemt nog een slok van de wijn.

 

Scene 9 : EXT Voor een kerk. NACHT.

 

Lizzy zit op de trap voor de grote poort van een kerkgebouw. De poort staat open.

Binnen staat een lijkkist. Op een priester die de mis houdt en een diener is de kerk leeg.

Ze huilt.

Een man in een tweedelig, grijs pak met fijne zwarte, strepen stopt naast haar.

 

Man

He, wat is er?

 

Lizzy heft vaag haar hand op richting de kerk.

 

Elizabeth

Da's mijn vader die dood is.

Dood in zijn eigen miniatuurwereldje.

Dood in verandering.

Dood in zijn hele leven.

 

Man

Heb je zin in een kop koffie.

 

Lizzy kijkt op, door haar haren die warrig in haar gezicht hangen, heen.

Ze staat op en samen lopen ze weg.

 

Scene 10 EXT Op de top van de heuvel, TEGEN DE MORGEN.  

 

Hubert en Gerard zitten met gesloten ogen.

Boven de heuvel aan de andere kant van het dal komen de eerste zonnestralen te voorschijn.

Samen met de lucht klaart hun gezicht op.

Ze zuchten beiden diep.

 

Hubert

Een mooi verhaal

 

Hubert opent zijn ogen en staat na drie tellen recht.

Hij draait zich om en neemt de zelfde weg terug naar huis.

 

Als Hubert uit het zicht verdwenen is, opent Gerard de ogen en kijkt rond.

Hij staat recht stapt naar zijn wagen. Ondertussen vist hij zijn telefoon uit zijn zak, drukt op enkele toetsen en brengt het toestel naar zijn oor.

Hij stapt in en rijdt de heuvel af.

 

Gerard

He, Natalie, t'is uwen baas. Zeg, ik zal waarschijnlijk binnen een uur of twee al passeren op 't kantoor.

Kunde de papieren van Regio klaarleggen?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Scenario luisterspel

 

 

 

2. Als ik jou nou eens zeggen wou

 

1.Dat je veel vindt dat we te ver uit elkaar leven.

 

2. En je kil smeken wil

 

1. om meer te gevn

 

2.in nacht en dag en omgekeerd

 

1. voor het delen van een geheel

 

2. dat lach en traan verdeeld

 

1. Iin twee uit een

 

2. één

 

1.één

 

 

 

 

 

 

2. We moeten verder

 

1. ja, ik weet het ,maar,, afweten

 

2.Geen tijd voor meten

en denken

 

1.We moeten verder naar

 

2. T'is te kou

 

1. neen toch niet

 

2. verder voor

 

1. een wit een zwart

 

2. jou

 

 

 

 

 

 

 

1. Had je ooit gedact

 

2. in schoonheid en pracht

 

1. Hoe je niet met eigen lacht.

 

2. Weet je nog Toen

 

1. een vroomheid gezoend

 

2 Hoe we worden moe gevoelt

 

1. Jammer

 

 

 

 

 

 

 

 

2. 6 Maanden

 

 

 

 

 

1,Wij zijn kinderen van nu

 

2,Maar ook van toen

en dan.

 

1, Pijn hindert de kus

 

2,Maar toont

 

1. Het verlangen dat ons dansen doet.

 

 

 

2.Had jij ooit gedacht een kind te zijn

 

1. Heb ik ooit gehoopt anders te dromen

 

2. Lach je nu je ouder bent om pijn

 

1.Waarom zou ik tranen om ik van mij?

 

 

 

2. Het wordt weer laat

 

1.T'is maar een vraag te laat

 

2. En

 

 

 

 

1. Nog juist ik en jij

2. Jij en ik

 

Alleen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             BLACK

 

The magician tears through the life

                     through with tears.

With a hat full of  ...  golden stars

                     blinking in his mind.

He's thinking too far, Thinking much too far.

 

 

He smiles through a path

                     BATTERING OUT ! BATTERING OUT !

 

With a child by the hand

                     childness in his hand.

Illusion of behind , illusion of behind !

 

       And further, from illusion into

       Madness.

       And from madness into

       Fear.

       And when fear leaves, lonelyness rests.

 

 

And yet he searches

                     searching through his hand.

Learning there is no return

                     to the scarfs on his wrists.

Stuck in the virginity of his dress x2

Pulled back by the mess in his pants,

uncapable to reach,

but slowly knowing what to do.

 

       But MADNESS

       And behind FEAR

       are engaged in angre.

 

       WAR.

 

Me and myself we are involved in war.

       Het kind dat strak knijpend wegkwijnt,

       rot, lost op.

The first feeling ; myself, unaware; there is more.

       Het vindt niet meer, de streng lost,

       en de adem stopt.

 

Guns and leather on wild horses

running      into     The Brain !

       En de darmpjes komen boven

       besmeurt door een afgerukte tong.

Needles and mirrors, cutting in, Battering out.

driving        insain.

       Zonder benen, zonder armen

       zingt een gekloven romp voort

       over           verder geloven.

 

 

 

And when the second sun rises       En als de tweede zon opkomt

disturbs silence.                      verstoort de stilte.

The birth of the first son                 De geboorte van de eerste zoon

and daughter.                                 en dochter.       

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Summerdream(+)

 

Laat ons dromen over de zomer van ons bestaan

De warmte uit een droge keel

met water, zacht

Er is geen klagen meer

Er is geen haast

 

De tong is leeg

Hetzelfde, maar zonder orgaan

en beter en en veel en meer

En smachten om andermans gelach

en rond, gezweef

en beter en veel en meer.

 

Allen saam der zijn

Zalig zij de genodigden

op de weg der zinnen

 zonder lichaam

 zonder pijn

Please my dearest, continue.

 

En wederom, we lopen weer; heen

De stilte stroomt naar boven

men lacht niet, men danst.

 

De leugen raakt vol

en loopt over

En beter en veel en meer

Het besef, het lichaam

zonder geest belven

En beter en veel en meer.

 

En wederom verenigd

Zalig zij de krankzinnige

aan de tafel van binnen

 zonder lichaam

 zonder pijn

Et mon cher, sans mots

 

Trapjes van ... geluk

die reiken aan mijn zijn

ze zijn

          kalm aanwezig nu

als de jongen en het meisje

 

Ik wandel met mezelf

als een jongen en een meisje

als de letters en de tel

als ik, jij en zij.

 

Gemor.

Aarzelend lijkt iets mis

Twijfel. Twijfel. Twijfel.

En de jongen en het meisje

blijken kind te kort.  

Twijfel. Twijfel. Twijfel.

 

En de dag wordt korter

als de zon opkomt.

En het leven verdwijnt

àls we sterven.

 

Wir sind Erben

Und wieder

Und immer

Kalte.

           

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                         Dansen.

 

       Aah. Lachend oor.

       Aah. Zacht gesmoord.

       Licht. Blauw gekeken oog.

       Licht. Rauw gebleken Smog.

 

       DANSEN?  DANSEN.

      

       Aah. Pijn ook in mond.

       Aah. Verdwijnt rook longgezond.

       Donker. Als in "Het licht gaat uit".

       Donker? Als of niet te luid.

 

       DANSEN? DANSEN.

 

 

       Als ik ooit dood ben

       mag niemand me bezoeken.

       Alleen

             zal ik creperen.

       Alleen

             zal ik vergaan.

 

       Wanneer de aarde me zal verteren,

       Als ik ooitdood ben en

       niemand me zal zoeken

       mag, alleen jij

                       alleen jij   

                    op m'n graf staan

       Dansen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ENDED

 

De bomen razen voorbij

Netels komen en gaan

Ze klitten zich aan mij

Ik zit al voorbij de mazen.

 

De netels en de zegen

veeg ik van de voet

maar het bloed

het bloed zweeg, niet.

 

Ik ben een moordenaar

en na verkrachting en klaar

komen

dood ik hen met 1 snee.

 

IK speel mee in een wereld

en zie alles z/w

Er is alleen rood

alleen dat rood.

 

Het rode en het fluisteren

in stromen van bloed

houdt me in leven.

Ookal is omkomen of hier

roesten mij om het even.

 

Ik ben een moordenaar

met een koel drankje

"Hallo" Kijk daar

dat meisje met dat sprankje

hoop

Wat zou zij

doen ?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stories

 

 

Am

And U knew the story,

 

Am

Your own lifestory

C

yourself,

 

G G7 G G+re G

 

Am

though you tried to change

Am

tried to change it all.

C

(And didn't) you

G

wonder,

 

G7 G G+re G

 

Alos(geen do), Am, A+re, Am

Alos(geen do), Am, A+re, Am

how it 'll sound in a song.

 

There s just one 2 know

just one to know 4 U

 

Déer valt te zijn, maar een

maar een voor jou

 

C

En als je da

G

zachtjes

 G7 G G+re G

langsgaat

 

 

Denk dan soms aan mij

Denk dan soms te ver

 

en weet dan

meer

 

AM A

AmA

Hoe je verder wandelen zal

val val al

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Drowning

 

 

Am    Dm               AM    E

When fire struggles with quiteness

Am         Dm Am        E

some flames of feathers wrestliing me above,

F       Dm

above the shoar,

       F     Am

where I only flood,

G                      F

drowning drowning drowning down

 

          Am     DM  Am    E

When the metal bullet in my side

Am     Dm       Am       E                       

wounds my wooden hearted head,

F               Dm           F            Am

they meet each other at the inside of my palm

Am      Dm

filled with wet

Am          Dm

where it floods

G                             F

drowning drowning drowning down

 

    Am        DM            Am       E

A shrine of lights heats the wather on,

    Am       DM            Am           E 

it does  not melt,neither does it dissappear

F         Dm

sprinkle me up

F         Am

sprinkle me down

 

 

G            C

A little bit deeper,

G           C 

so very much further

G     AC  GB  FA

I have not questioned myself

G            C

A little bit deeper,

G           C 

so very much further

A            D   

where echoes stir

A            G

we carry my burden

G            C

A little bit deeper,

G           C 

so very much further

G     AC  GB  FA

I have no doubts

G(of C)  C (of F)

So it gets much brighter

G (of C) C (of D?)

We all grew smarter

A           D

With thou who guides

A           G

My sailing

 

instr : musicbox